Tagarchief: discours

Over Trump en de trombone van Tom Boonen

LILI is het Leuvense interdisciplinaire taleninstituut dat gisteren (13/11/2025) een druk bijgewoond ‘impact event’ heeft georganiseerd in Leuven. Topacteur Matteo Simoni werd uitgebreid geïnterviewd over hoe hij met talen en dialecten speelt in zijn acteerwerk. Briljant!

Het interdisciplinaire karakter van het onderzoeksinstituut kwam daarna nog meer aan bod, bij een aantal ‘lightning talks’. Ik had de absolute eer om er zo eentje te mogen verzorgen. Het onderwerp werd me aangereikt door de initiatiefnemers: “Hoe versla je Trump in zijn eigen taalspel?”

Na afloop werd het opnieuw duidelijk wat het voordeel is van de interdisciplinaire samenstelling van LILI. Het zit namelijk zo. Tijdens mijn ‘act’ had ik last van een droge mond. Speeksel blijkt echter nodig om een mooie rollende ‘r’ te vormen ((alveolair, zo begreep ik). Dat lukte niet. Daardoor werd mijn aankondiging dat ik de typische zangerige manier van spreken van Trump zou illustreren door een trombone na te doen, begrepen als een poging om Trump te imiteren zoals Tom Boonen dat zou doen… Na mijn ingestudeerd getoeter kwam er geen reactie uit de zaal en dat was heel bevreemdend. Er schoot van alles door mijn hoofd, bijvoorbeeld dat mijn grap waarbij ik het publiek op z’n Trumps had geschoffeerd in het verkeerde keelgat was geschoten.

Hieronder mijn hele voorbereiding (inclusief eigen cartoon), voorzien van alle bronverwijzingen naar de literatuur die ik heb geraadpleegd. Dus oordeel vooral zelf.

Intro: Trump heeft zijn moeder aan de lijn

Komt op als Trump (blauw pak, rode pet, rode das). Vuisten, dansmoves. “What a huge hellhole! Fantastic! Incredible!”

(gsm gaat). Maant het publiek aan tot stilte. “Sorry, telefoon.”

“Ja? Mama …”

“Uw grasmaaier? Die breng ik zaterdag terug mee. Je weet, ik zit in een grote verbouwing. Het gras afrijden is er nog niet van gekomen.”

“Maar … Nee, ik zit midden in een lezing. Een lezing in Leuven. In Leuven.”

“Nee, nee. Zo belangrijk is die niet. Het is hier toch maar een derderangs publiek. Het is maar voor LILI. Ja, dat is áltijd voor een derderangs publiek.”

“Ja, ik heb mijn goede schoenen aan. Die goede ja, met dat hakske.”

“Mama, ik ga u moeten laten…”

“Nee, dat doe ik dan wel met mijn zitmaaier.”

(gaat aan spreekgestoelte staan)

Sorry voor die onderbreking.

Mijn vrouw zei deze ochtend nog: “Je MOET dit niet doen, hé, je kunt ook gewoon je lezing houden…”

Ze zei trouwens nog iets anders … Wat was dat ook alweer? A ja, dat ik mijn pet moest afzetten.

Met mijn intro heb ik wel wat willen aantonen … Om te beginnen: hoe valt President Trumps spreekstijl te typeren (Wang & Liu, 2018)?

Hij gebruikt korte woorden en korte zinnen. Hij herhaalt ook stukken zin. Zijn vocabularium is beperkter dan dat van de vorige presidenten en presidentskandidaten (Gill et al., 2025).

[noot: in sommige debatten en speeches was zijn vocabularium soms opvallend uitgebreider. Waarschijnlijk omdat die zijn voorbereid door speechschrijvers].  

Conclusie: Trump praat eigenlijk zoals een kind van 10, 11 jaar.

Maar: hij dat wel begrijpbaar, en in spreektaal. Daardoor komt-ie authentiek over, en dat is een pluspunt (Kreis, 2017).

Zijn taal heeft iets zangerigs (immiteert): In Springfield, they are eating the dogs, they are eating the cats, they are eating the pets of the people that live there…  

Op trombone klinkt dat dan als (toetert de tekst). (Echt, iemand heeft die uitspraak op muziek gezet.)

Verder: Trumps taal is direct en provocerend (Omar, 2025). Dat hebben jullie bij mijn intro ook kunnen merken. Sorry daarvoor trouwens. Hij zei het tegen een journaliste tijdens een persconferentie: “Dat begrijp jij niet, want je bent een derderangs journalist, altijd al geweest.”

En net omdat hij de president is – zoals ik hier ook vooraan sta – kun je niet zo makkelijk reageren op die onbeschofte uitspraken. Hij is immers De President.

En dan de thema’s die Trump aansnijdt. Dat zijn er minder dan bij andere presidenten en presidentskandidaten. (somt op) Immigratie, veiligheid, jobs, buitenlands beleid, dat is het zowat (Wang & Liu, 2018).

Het is een beperkt aantal thema’s, met de idee dat de in-group, de échte Amerikanen, het slachtoffer zijn van het beleid op die terreinen van zijn voorgangers (Kadim, 2022). Terwijl zijn oplossingen bedrieglijk eenvoudig zijn.

Hij doet dat bovendien vanuit een wij-zij-denken (Altohami, 2024; Kreis, 2017). Heel opvallend: Trump is uiterst positief over de in-group en zichzelf, en uiterst negatief over de out-group, met een sterke stereotypering en categorisering. Trump is daarbij de bezorgde vader.

Wij, de pure Amerikanen, een homogene groep, waarmee hij zich vereenzelvigt, die hij vertegenwoordigt, versus de anderen. Je kent ze wel: sleepy Joe Biden en crooked Hillary Clinton. Tot die anderen behoren ook: Zwarte Amerikanen, Moslims en vooral illegale immigranten…

Tot voor kort behoorde men in het Amerikaans te spreken over undocumented immigrants. Sinds Trump zijn dat weer illegal immigrants.

Vanavond gaat het over taal, en dan heb ik voor de andere kant ook een tip. Wie voor Trump er ook niet bij horen: LGBTQ+ mensen. Sorry, maar dat gaat Trump nooit kunnen onthouden. Het moet trouwens ook zijn: LGBTQIA+ [noot: staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, queer or questioning, intersex, asexual, en meer]. Moeilijk te onthouden, dus geen inclusief taalgebruik. ‘Non-binair’ is dan toch beter als term.

En dat in-group-out-group-denken is echt wel iets curieus: de in-group kijkt naar de out-group en als daarvan dan één iemand iets mispeutert, is dat meteen kenmerkend voor de hele groep (Van der Dennen, 1987). Terwijl als iemand van de in-group precies hetzelfde doet, is er dat besmettingseffect niet. De in-group blijft uit losse individuen bestaan.  

Waarom zou dat problematisch zijn?

Hoe Trump spreekt, debateert, hoe hij zich kleedt (hoewel, dat is wel herkenbaar: die rode das en pet, dan bén je Trump) … maar dat is niet-presidentieel (Ashcroft, 2016). Zodoende ondergraaft hij het instituut van het Amerikaanse presidentschap, want dat is geen persoon, maar een instituut, dat een belangrijk land in de wereld vertegenwoordigt. Daarvan zullen we nog lang de gevolgen mogen ondervinden.

Trump is bovendien de vertegenwoordiger van een administratie. Normaal hoor je uit de mond van de president de waarheid. Maar je kunt hem niet vertrouwen in wat hij zegt. Hij liegt om de haverklap. Als je daarop kritiek wilt leveren, moet je natuurlijk niet zélf beelden gaan monteren zoals de BBC heeft gedaan. Dat is erg dom.

Maar zoals ik al zei, omdat hij de President IS kun je er ook niet op gepaste wijze op reageren. Want daar kan hij niet tegen.

Hij wil dat je je kleedt (zie Zelenski) en hem aanspreekt zoals je de president van VS aanspreekt en er bij op audiëntie gaat. Het is dus altijd een ongelijk gesprek.

Waar komt dat allemaal vandaan?

De literatuur (Elovitz, 2016) geeft aan dat zijn jeugd daarbij waarschijnlijk een grote rol speelt. Zijn familiale roots liggen in Schotland en Duitsland. Zijn voorouders heetten Trumpf, zo’n beetje als Schtroumpf, Smurf. [noot: Schtroumpf is in feite een Frans woord; zou bedacht zijn door stripauteur André Franquin]

Deze Grote Smurf was als kind heel competitief gericht, had een korte aandacht spanne en deed altijd zijn goesting.

Hij voelde zich voortdurend onrechtvaardig behandeld. Dat klinkt bekend in de oren.

Er is onderzoek dat stelt dat Trump de kenmerken heeft van een narcist: schaamteloze zelfpromotie, zelfverheerlijking, ijdel (Ashcroft, 2016). Denk aan de cover van Time waarbij zijn kapsel niet goed zichtbaar was.

Hoe kan je met een narcist praten (Carlson & DesJardins, 2015; Lachkar, 2008)?

Ik las ergens over de “empathische confrontatie”, dat dat een middel is om door te dringen tot een narcist (Behary & Dieckmann, 2011). Je moet proberen een band op te bouwen met de narcist op basis van eerlijkheid en vertrouwen. Zeg dus hoe wat hij zegt bij je binnenkomt, toon dat je een persoon bent met gevoelens, en dat je hem wel respecteert, als president.

Als je iets wilt bereiken moet je hem het gevoel geven dat wat jij voorstelt een overwinning is voor en van hem.

Hij redeneert, zakenman zijnde, waarschijnlijk vanuit een zero-sum game: hij wil winnen, en zijn winst moet een verlies zijn voor iemand anders. Plus en min is nul. Maar winst maken moet niet per definitie ten koste gaan van anderen. Mogelijk kunnen we beiden winnen, de VS en Europa, bijvoorbeeld als het gaat over het conflict in Gaza. Win-win. Mogelijk heeft hij daar oren naar.

Psychiaters geven aan dat narcisten waarschijnlijk een kwetsbaarheid hebben die ze willen afschermen (Behary, 2021).

Ik kan me voorstellen dat Trump zich wel eens eenzaam voelt, zich schaamt omdat de intellectuele elite hem als dom neerzet…

Dat zou wel betekenen dat je moet oppassen met kritisch te zijn voor hem. Hem eerder bewonderen om zijn krachtdadig optreden, zoals Mark Rutte deed. En dan misschien op zoek gaan naar zijn gevoelens, zaken in zijn omgeving die hem na aan het hart liggen aanraken.

Mist hij zijn mama? Misschien. … Ik had haar daarnet nochtans nog aan de telefoon.

Maar goed. Misschien is Trump geen narcist. En ik ben geen psychiater.

En trouwens, Joe Biden is dan waarschijnlijk ook een narcist (Shriver, 2024). Hij wilde per se nog eens tegen Trump uitkomen, vanuit persoonlijke ambities, om te domineren en te controleren …

Hoe kan je met iemand radicaal rechts praten?

Wat wel vast staat, is dat Trump een populist is, en radicaal rechts (Lacatus, 2021; Mudde, 2022). Hij zet zich af, als vertegenwoordiger van de gewone mensen, tegen een corrupte elite. Hij behoort wel ook zelf tot die elite, maar door zijn rode pet zet hij er zich ook tegenover af.

Hij is vóór de democratie, maar wijst principes zoals de gelijkheid van minderheden, de persvrijheid en de strikte scheiding van machten af.

Door zijn taal en argumenten te legitimeren, is er nu al een effect zichtbaar op het politieke systeem en het waardensysteem dat we hanteren (Stuckey, 2020). We boeren met z’n allen achteruit. Klaarblijkelijk verworven rechten en vrijheden zijn alweer verdwenen.

Alle mensen zijn niet meer gelijk. Daar komt het op neer. Moslims en non-binaire personen bijvoorbeeld horen er voor Trump niet bij.

Dat discours voedt hij, en omdat hij het als dé president doet, wordt het gelegitimeerd. Dus ik zou Trump wel stroop aan de baard smeren, maar wat hij zegt, inhoudelijk, niet overnemen.

Je moet zelf presidentieel blijven. Dus dat wil al zeggen: pet op! (doet dat)

Dus ja …

Anders moeten wij met z’n allen zijn termijn gewoon uitzitten.

En hopen dat er beterschap op komst is.

Laat hem maar zijn ballroom bouwen. Dan heeft hij ook minder gras af te rijden ….

Dank u. (slot: filmpje van Trump op zijn grasmaaier)

Literatuur

Altohami, W. (2024). Self-Framing and Other-(Re) framing in Institutional Political Discourse: The Case of Donald Trump’s Final Speech Before the UN. Theory and Practice in Language Studies, 14(1), 202-211.

Ashcroft, A. (2016). Donald Trump: Narcissist, psychopath or representative of the people? Psychotherapy and Politics International, 14(3), 217-222.

Behary, W. T. (2021). Disarming the narcissist: Surviving and thriving with the self-absorbed. new harbinger publications.

Behary, W. T., & Dieckmann, E. (2011). Schema therapy for narcissism: The art of empathic confrontation, limit‐setting, and leverage. The handbook of narcissism and narcissistic personality disorder: Theoretical approaches, empirical findings, and treatments, 445-456.

Carlson, E. N., & DesJardins, N. M. L. (2015). Do mean guys always finish first or just say that they do? Narcissists’ awareness of their social status and popularity over time. Personality and Social Psychology Bulletin, 41(7), 901-917.

Elovitz, P. H. (2016). A psychobiographical and psycho-political comparison of Clinton and Trump. The Journal of Psychohistory, 44(2), 90.

Gill, A., Raza, S., & Ishtiaq, M. (2025). Corpus-based genre analysis of Donald Trump and Joe Biden’s inaugural speeches. Journal of Applied Linguistics and TESOL (JALT), 8(1), 813-826.

Kadim, E. N. (2022). A critical discourse analysis of Trump’s election campaign speeches. Heliyon, 8(4).

Kreis, R. (2017). The “tweet politics” of President Trump. Journal of language and politics, 16(4), 607-618.

Lacatus, C. (2021). Populism and President Trump’s approach to foreign policy: An analysis of tweets and rally speeches. Politics, 41(1), 31-47.

Lachkar, J. J. (2008). How to Talk to a Narcissist. Routledge.

Mudde, C. (2022). The far-right threat in the United States: A European perspective. The ANNALS of the American Academy of Political and Social Science, 699(1), 101-115.

Omar, T. (2025). Ridicule Strategies in Donald Trump’s 2024 Election Campaign Speeches: A Shift in Political Speech—A Discourse Analytical Study. The International Journal of Communication and Linguistic Studies, 23(4), 1.

Shriver, L. (2024). Is Biden or Trump a bigger threat to democracy? Spectator, 354(10207), 21-22.

Stuckey, M. E. (2020). “The power of the presidency to hurt”: The indecorous rhetoric of Donald J. Trump and the rhetorical norms of democracy. Presidential Studies Quarterly, 50(2), 366-391.

Van der Dennen, J. M. (1987). Ethnocentrism and in-group/out-group differentiation: A review and interpretation of the literature. The sociobiology of ethnocentrism, 1-47.

Wang, Y., & Liu, H. (2018). Is Trump always rambling like a fourth-grade student? An analysis of stylistic features of Donald Trump’s political discourse during the 2016 election. Discourse & Society, 29(3), 299-323.