Auteursarchief: Baldwin Van Gorp

Over Baldwin Van Gorp

Professor of journalism, University of Leuven, Belgium

De Vier Experts van de Apocalyps

Dankzij de wetenschappelijke (inclusief medische) experts en ondanks het politieke gekibbel is de totale corona-Apocalyps in België afgewend kunnen worden. Hopelijk zijn de nodige lessen getrokken om de in het najaar te verwachten opflakkering van het meedogenloze virus het hoofd te kunnen bieden. Opvallend is dat voor sommigen het net de experts zijn die schuld treft voor elk overlijden als gevolg van COVID-19. Zijn zij de ruiters van de Apocalyps?

“Als het over zever gaat zijn we bij Marc Van Ranst aan het juiste adres”; “Erica Vlieghe zit er weer te gniffelen als een scoutleidster die een zomerkamp organiseert. Wie neemt dit #COVID19 circus nog ernstig?”; “DIKKE ZEVERAAR ONNOZELAAR KLEIN KIND” (gaat over Steven Van Gucht); “de dictatuur van de virologen” enzovoort. Op sociale media krijgen experts het er regelmatig van langs. De teneur van deze kritische boodschappen lijkt in de eerste plaats terug te brengen tot mensen die hun frustraties omtrent het virus en de aanpak ervan projecteren op hen die zich tot doel hebben gesteld het te bestrijden. Wel moet erbij gezegd worden dat Marc Van Ranst de kritiek aan zijn adres wellicht ook heeft te danken aan zijn straffe, ideologisch getinte tweets die hij al lang voor dit nieuwe coronavirus de kop op stak op de wereld losliet.

Terechte kritiek of niet, zonder wetenschappelijke kennis zouden we nog steeds machteloos aan het toekijken zijn hoe COVID-19 rond zich heen zou grijpen. Het delen van ervaringen tijdens de verzorging zou uiteindelijk ook wel inzichten opgeleverd hebben. Het is echter enkel door de wetenschappelijke methode dat er vrij snel cruciale zekerheden rond het virus zijn opgebouwd. De vraag is echter groter dan het aanbod – mede onder druk van de media – waardoor niet ieder onderzoek met de nodige systematiek, de juiste statistische analyses en peer-review wordt uitgevoerd.

Hoewel het imago van de wetenschap ook wel wat averij heeft opgelopen, valt de balans toch positief uit, naar mijn gevoel. De interesse voor wat de experts te zeggen hebben, was zelden zo groot. Dat helpt ook om niet al te hoge verwachtingen te koesteren. Ten eerste heeft wetenschappelijke kennis op zich ook beperkingen in haar praktische bruikbaarheid. Ze kan immers tegenstrijdigheden bevatten. Ten tweede staat de betekenis van feiten niet bij voorbaat vast.

Bepaalde waarheden over corona zijn onmogelijk om met zekerheid te achterhalen. Dat is ook een van de redenen waarom ieder land in de praktijk toch een andere koers blijkt of leek te varen. Zo wordt er heel veel belang gehecht aan het aantal overlijdens. Door het mogelijk asymptomatische verloop van de aandoening en de beperkte testcapaciteit is het aantal positief bevestigde gevallen geen ideale parameter. Maar ook het aantal overlijdens – op het eerste gezicht nochtans erg eenduidig – voldoet niet. Zelfs al is er een 100% accurate positieve coronatest afgenomen, dan nog is het niet mogelijk om te bepalen of iemand door corona of met corona overleden is, vertelde Jan De Lepeleire, hoogleraar Huisartsgeneeskunde, me.

Er zijn een hele hoop feiten die de voorbije maanden stilletjes aan bekend zijn geraakt. Zo blijkt COVID-19 het vooral gemunt te hebben op corpulente mannen van gevorderde leeftijd, met een onderliggende problematiek en, dat weten we sinds kort, bloedgroep A. Maar wat betekenen die feiten, en hoe vertaalt zich dat in een oplossing? De antwoorden op die vragen zitten niet in de feiten vervat. Daarvoor heb je een frame nodig. In tegenstelling tot de feiten is het niet mogelijk om frames te factchecken. Er zijn er altijd meerdere van in omloop en het is een cultuurspecifieke, normatieve dan wel ideologische keuze die bepaalt welk frame uiteindelijk de bovenhand krijgt. Erg pijnlijk is bijvoorbeeld de vaststelling dat een ‘kostenbatenanalyse’ tot een heuse veldslag in de woonzorgcentra heeft geleid. Een strategische voorraad mondmaskers bleek te duur en de inzet van meer middelen in de woonzorgcentra ook. ‘Kosten op het sterfhuis’. Dat het virus lijkt te discrimineren is een bijzonder gegeven. Als het virus op een andere manier discrimineerde, en bijvoorbeeld vooral kinderen en jongeren zou treffen, had de aanpak ervan ongetwijfeld nog drastischer geweest.  

Het sterker aanzetten van worstcasescenario’s

De analyses en commentaren van de voorbije weken hebben aangetoond dat binnen de Nationale Veiligheidsraad en in de verschillende regeringen het advies van de experts regelmatig niet is gevolgd, zowel in de aanloop naar en tijdens de coronacrisis als bij het bepalen van de exitstrategie. In het licht van de vraag of een technocratie superieur is ten opzichte van een democratie had het nochtans een interessant experiment geweest als de experts, eens tot een compromis gekomen, het verloop van de aanpak hadden kunnen bepalen. Beslissingen zouden dan ingegeven zijn vanuit de wetenschappelijke waarheid en niet vanuit electoraal gespin. In de perceptie van het brede publiek biedt het prototype van de wetenschapper immers als groot voordeel dat deze vanuit het algemene en niet vanuit het eigen belang handelt.

Het is niet moeilijk om nu al op plaatsen te komen waar het leven weer zijn normale gangetje gaat en het moeite kost om enig spoor van de coronacrisis aan te treffen: geen mondmasker, handgel of sociale afstand te bespeuren. Toch is mijn inschatting dat deze ervaring zich zal nestelen in ons collectieve geheugen. Er waren er nog die het de eerste maanden aandurfden om de kracht van het virus weg te relativeren. Beelden uit onder meer Noord-Italië overtuigden ons van het tegendeel. Ook de experts zelf opteerden in de eerste fase voor een geruststellende en relativerende toon. “We zijn er klaar voor,” werd begin maart beweerd. Mooi niet dus. Wat levens had kunnen redden, was vanaf het begin de worstcasescenario’s toch nog wat sterker aanzetten. Vooruitgangsoptimisten konden vóór corona nog elk doemscenario wegzetten als naïef en ingegeven vanuit irrationele gedachten. Het geloof in de wetenschap zou voor hen absoluut moeten zijn en dan zou de mensheid elk probleem aankunnen. Door corona weten we dat we het onwaarschijnlijke toch voor mogelijk moeten houden en dat ook de wetenschap het antwoord op heel veel vragen vaak schuldig moet blijven.

Frames om betekenis aan corona te verlenen

Een ‘virus’ vormt op zich al een frame dat handig is om aan te geven dat ‘iets’ is als een onzichtbare vijand die onder ons is en bijna niet te bestrijden valt. Een virus is bovendien besmettelijk en steekt op heimelijke wijze mensen aan, vaak onschuldigen. Een maatschappelijk thema waarbij dit virus-frame uitgebreid gebruikt is, is radicalisering. Maar nu is het dus een frame dat een realiteit is gebleken. Het onzichtbare karakter van het virus is een belangrijk gegeven, omdat het mensen de gelegenheid biedt om het bestaan ervan te ontkennen. Is het er wel? Boeiend in dat verband zijn ook de nieuwsmedia die vanaf het begin het virus vooral proberen te visualiseren door personen met een mondmasker te tonen. Dat is de enige of zeker de meest gebruikte fotografische index om het bestaan van de coronacrisis te tonen. Die behoefte om corona te kunnen visualiseren, uit zich ook in de weergave van het uitvergrote virus, waarvan blijkt dat het vrij arbitrair is, wat al helemaal geldt voor de gekozen kleuren (een virus heeft namelijk geen kleur, las ik ergens). In ieder geval zie ik dit ook als een van de verklaringen waarom velen opzien tegen het dragen van een mondmasker: een mondmasker lijkt een uiting te zijn van smetvrees. Een masker dragen is voor angsthazen.

Net zoals bij eender welk ander maatschappelijk issue is er de dwingende vraag naar het vinden van een causale oorzaak. Waar komt dit virus vandaan? De mens wil alles verklaard zien en er móet ook een reden te vinden zijn. Zo ontstaan er complottheorieën. De angst voor het Grote Gele Gevaar leidt dan als vanzelf tot de idee dat SARS-CoV-2 afkomstig is uit een Chinees laboratorium waar het doelbewust gemaakt is (het lijkt wel een scenario van een stripalbum van Blake & Mortimer). Verder zijn er de frames dat het virus een straf van God is, de aankondiging van de totale apocalyps en de vernietiging van Sodom en Gomorra. Eveneens plausibel klinkt de uitleg dat de uitbraak een uiting is van de natuur die orde op zaken wilt stellen. Waarschijnlijk is de uitbraak van het virus echter een toevalligheid, zoals alle eerdere en toekomstige uitbraken dat ook waren of zullen zijn. Maar het is wel zo dat de hele crisis een aantal kenmerken van de huidige samenleving op scherp stelt: er zijn héél véél mensen die dicht op elkaar wonen of alleszins graag of noodgedwongen in elkaars nabijheid vertoeven, én er is een grote afhankelijkheid van en belang dat gehecht wordt aan economische groei, persoonlijk gewin en genot. Het onooglijk kleine virus is in staat tot iets wat niemand voor mogelijk achtte, namelijk de wereld tot stilstand brengen. Er lijkt dus toch een bovennatuurlijke kracht in schuil te gaan. Of nee, het is toch de mens die tot deze beslissing is overgegaan?

Op de agenda: op 1 juli spreek ik tijdens de plenaire sessie ‘The role of scientists in the debate’ als onderdeel van de interuniversitaire summer school science communication ‘Let’s talk science’.

Aandacht voor de frames achter de feiten

Verbindende_frames

Op zoek naar de frames die ons verbinden

Eind september las ik iets over Wout van Aert en, zo schreef de journalist, iedereen weet wat daarmee aan de hand is “tenzij je de voorbije weken op Mars verbleef”. Omdat ik inderdaad niet wist wat er met de renner aan de hand was, vroeg ik me af wat ik uit die vaststelling moest afleiden. In ieder geval vind ik het een goed idee om regelmatig vanop afstand en totaal onbevooroordeeld naar wat er in de wereld gebeurt te kijken. Het is een van de trucjes die ik bewust toepas in mijn onderzoek naar de manier waarop in de samenleving betekenis tot stand komt. Naast mijn Martiaanse afkomst ben ik ook een volbloed constructionist. Het constructionisme bestudeert de interactie en de communicatie tussen mensen waardoor de sociale werkelijkheid vorm krijgt. Op die manier ontstaan er verschillende werkelijkheden die onze gedachten en gedragingen sturen. Dit is in tegenspraak met mensen die vinden dat er maar één werkelijkheid bestaat. Zij vinden dat het onder meer de taak van journalisten is om over die ene werkelijkheid op een objectieve manier verslag uit te brengen, op basis van geverifieerde feiten. Doen ze dat niet dan brengen ze fake news, zijn ze aan het framen of zijn ze linkse dan wel rechtse propagandisten.

Als constructionist en Martiaan, maar vooral op basis van mijn onderzoek naar de framing van tientallen maatschappelijke onderwerpen, vind ik: zou het niet goed zijn als we met z’n allen het concept framing omarmen in plaats van het te reserveren om tegenstanders weg te zetten als leugenaars?

Frames factchecken is lastig

Er zijn feiten en er zijn frames. Over feiten is het mogelijk te bepalen of ze kloppen of niet. Frames factchecken is veel lastiger, omdat ze tegelijk waar en niet waar zijn. Frames zijn nochtans belangrijk, omdat frames aan de feiten betekenis verlenen. Beter, maar daarom niet gemakkelijker, is het om de verschillende denkbare frames in kaart te brengen. Een frame is per definitie een keuze en dus zijn er altijd alternatieven. Naargelang het gekozen frame ziet de werkelijkheid er heel anders uit.

Wat inderdaad helpt, is het standpunt van een Marsbewoner in te nemen. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken. Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij iemand om religieuze redenen weigert om iemand anders de hand te schudden. De Marsbewoner zal vaststellen dat mensen verschillende manieren hebben om elkaar te begroeten, onder meer de hand reiken en schudden, zoenen, omhelzen of met een hoofdknik. Het verschil tussen de omgangsvormen is de mate van aanraking. Dat zijn de empirisch waarneembare feiten. In beide gevallen gaat de betekenis die men eraan hecht veel verder dan de reële aanraking die de Martiaan empirisch kan vaststellen. Daardoor is het niet meer mogelijk te bepalen wie objectief gezien gelijk heeft. Vanuit een Westers perspectief bekeken, is elkaar de hand geven een teken van wederzijds respect. Vanuit het perspectief bekeken van bepaalde stromingen in de islam en het jodendom is het aanraken van de hand van iemand van het andere geslacht een teken van respectloosheid ten aanzien van de eigen partner. Het gaat in beide gevallen dus over respect. De gevolgde redenering verloopt echter anders.

De samenleving in een kramp

Associaties en gevolgtrekkingen die uit de betekenisgeving voortvloeien, vormen een bron van interculturele conflicten waarbij er zware verwijten en dito eisen klinken: Zwarte Piet is een racistisch personage en moet van het toneel verdwijnen, hoofddoeken moeten verboden worden, want het symboliseert de islamitische onderdrukking van de vrouw, ‘blanken’ moeten zich voortaan ‘witten’ noemen, want een ‘blanke’ stelt zich superieur op enzovoort.

De constructionist in mij ziet daarbij drie mogelijke manieren om met dergelijke lastige discussies om te gaan. Een eerste, vaak voorkomende reactie is de volgende: de tegenpartij stelt de situatie (bewust) verkeerd voor en is daarom aan het framen: ‘Ik frame niet, want ik heb gelijk.’ De tweede mogelijkheid is delicater. Niet de persoon die iets zegt of doet bepaalt wat de betekenis daarvan is, maar de andere partij, of zelfs een buitenstaander. Iemand zegt iets, en hoe goed bedoeld ook, of al was het een grap, als de andere partij het als bijvoorbeeld racistisch bestempelt dan ís het racistisch (of seksistisch, discriminerend …). Beide mogelijke reacties hebben bijkomende consequenties. Ze dragen namelijk bij aan de polarisering in de samenleving. Er is een bitsig debat, waarbij niemand wil toegeven, want vanuit hun perspectief bekeken hebben ze gelijk. Bijkomend is er een grote groep die zich er niet meer durft of wil over uitspreken. Gevolg: de samenleving schiet in een kramp, en alleen de uitersten van het spectrum spreken zich nog uit, roepen naar elkaar over de hoofden van de zwijgende meerderheid heen. Verder zijn er instanties die het zekere voor het onzekere nemen, en bijvoorbeeld de lokale kerstmarkt voortaan wintermarkt gaan noemen, wat de tegenstellingen nog meer op scherp zet. Het is de derde mogelijkheid die het constructionisme aanreikt die een oplossing biedt.

De beladenheid er weer vanaf halen

Het zou al helpen als iedereen zich bewust wordt van de eigen frames en daarvan het relatieve inziet. Een volgende stap bestaat in het inzicht krijgen in de frames van anderen. Waarom vindt iemand een uitspraak of een handeling respectloos, opdringerig, racistisch of seksistisch? Wat zit daarachter? Om die vragen te beantwoorden, is het nodig om te onderkennen dat niemand aan framing kan ontsnappen. Dus ook ik niet. Mijn eigenste framing is bijvoorbeeld dat we elkaar toch wat meer tijd moeten gunnen. Ik sprak een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega die me zei dat zijn familie al sinds de achttiende eeuw in Zuid-Afrika woont en dat hij nog steeds regelmatig de idee krijgt aangepraat dat hij niet thuis hoort op het Afrikaanse continent. Anderzijds ben ik ook iemand die vindt dat de wereld niemand toebehoort en iedereen zou moeten kunnen gaan en staan waar hij of zij wil. Maar dat vinden sommigen waarschijnlijk een te naïeve framing. Dat is immers al evenzeer het argument dat Westerse mogendheden gebruikten om hun kolonialistische groeidrift te rechtvaardigen (zie ook de reacties op deze blogpost). Mensen migreerden al lang voordat ze het idee kregen de wereld op te delen in landen en sommigen zich het recht toe-eigenden te dicteren waar de bewoners binnen de getrokken grenzen zich aan dienden te houden. Kortom, het zijn allemaal geconstrueerde feiten die enkel een realiteit vormen bij gratie van de gemaakte afspraken.

Wat ik wel al helder voor me zie, is dat we toch maar elkaar de hand moeten blijven reiken, en samen moeten zoeken naar de frames die ons verbinden. Veel woorden en dingen in het leven zijn momenteel zo zwaar beladen met betekenis en associaties dat het goed zou zijn als we samen zouden afspreken dat we proberen om die beladenheid er weer vanaf te halen, zoals een Marsbewoner dat zou doen (de hoofddoek is ook gewoon een kledingstuk, Zwarte Piet maakt ook gewoon deel uit van een kinderfeest). Om daarna samen op zoek te gaan naar alternatieven waarin, liefst, iedereen zich kan vinden.

Wil je hier meer over weten? Bekijk mijn TEDx talk op YouTube.

Verdraaid! in het nieuws

  • De TEDx talk die ik gaf tijdens de TEDx conference in Maastricht is beschikbaar. Titel: “No more fake news? Stop polarizing, start framing.” TEDx1
  • Uitgever Pelckmans Pro nodigt me uit om mijn boek te komen signeren op de Boekenbeurs in Antwerpen op donderdag 1 (11u.-13u.), donderdag 8 (19u.-20u.) en zondag 11 (13u.-14.30u.) november 2018. Op donderdag 8 november 2018 (18u.) neem ik ook deel aan het auteurspodium, met als gespreksonderwerp Nieuws of nonsens?.

boekenbeurs_verdraaid

Wie mijn boek laat signeren op de Boekenbeurs in Antwerpen krijgt een handtekening én een tekening.

  • Op 19 november vertel ik over mijn boek tijdens het najaarscongres van KORTOM, de vereniging voor overheids- en socialprofitcommunicatie, in het Provinciehuis in Leuven.
  • Wie het boek wil inkijken, kan terecht op de site van de uitgever, Pelckmans Pro, die de inhoudstafel en de eerste hoofdstukken ter inkijk aanbiedt.
  • Knack.be biedt een voorpublicatie aan van het hoofdstuk over In cold blood van Truman Capote: “Meer feiten dankzij fictie”.
  • De Morgen-journalist Jan Debackere schreef een paginagroot artikel over het boek, “U framet toch ook?”, online verschenen met de titel “Framing is perfect normaal: “Je kunt geen nieuws brengen zonder invalshoek”.
  • In de uitzending van 16 maart 2018 vraagt Lieven Vandenhaute me om de eigen uitzendingen van Nieuwe feiten op Radio1 tegen het licht te houden, met het doel de gebruikte ‘frames’ bloot te leggen. Enerzijds is er een westerse, Europese, witte bril waar bijna niet aan te ontkomen valt, en anderzijds zit de ‘framing’ ook in the eye of the beholder (dixit nieuwsanker Martine Tanghe in mijn boek).

Baldwin_boek_BurhanKL

Het boek is er! De foto is genomen door AP-fotograaf Bürhan Ozbilici, de winnaar van de World Press Photo 2017.

  • Wat een timing: VIER zendt vanaf 10 april 2018 de reportagereeks Nieuwsjagers uit. De reacties op sociale media waren best pittig. Ik ben wel fan, en breek een lans voor nieuwsjagers in een opiniestuk op Knack.be.

Knack_Nieuwsjagers

  • Op 17 april 2018 mag ik het komen uitleggen in het praatprogramma De Afspraak op tv. Het is meteen een stevige vuurdoop, met schrijver en ongeleid projectiel Tom Lanoye in het panel. Ik overleef het wonderwel. Bekijk (nog tot 17 mei) het debat op de site van De Afspraak en Canvas.
  • In het mei-nummer van de Campuskrant van de KU Leuven verschijnt een uitgebreid interview met me. Wouter Verbeylen stelt de stevige vragen en Gudrun Makelberge zorgt voor een prachtige illustratie.
  • In De Journalist, het lijfblad van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ), verschijnt een uitgebreide recensie (enkel voor abonnees). De auteur, Pol Deltour, stelt daarin jammer genoeg framing en counterframing gelijk aan ‘woord en wederwoord’, terwijl framing/counterframing véél meer inhoudt. Ik ben trouwens geen fan van dat ‘woord en wederwoord’, want het belegen principe ligt aan de basis van de ‘hij zei, zij zei’-journalistiek (zie op p. 149 van het boek).
  • Knack publiceert een dubbelinterview met Burhan Özbilici en mij, opgetekend door journaliste Joanie de Rijke. Burhan interviewde ik ook zelf uitgebreid voor mijn boek, Joanie stond op mijn verlanglijstje … Dit interview was met andere woorden een bijzondere ervaring.

    We_framen_allemaal

    “We framen allemaal”, pp. 74-77 in Knack nr. 32 (7-14 aug. 2018)

  • In Zeno, de weekendbijlage van De Morgen, verschijnt er op 18 augustus 2018 een interview, opgetekend door Joël De Ceulaer. Het is een uitgebreid interview geworden waarbij de journalist erin geslaagd is me een aantal straffe uitspraken te ontlokken. Het interview bracht dan ook heel wat reacties teweeg. Zelf bedacht ik nog dat ik op het einde van het interview de Vlaamse uitdrukking ‘appelen met citroenen vergelijken’ gebruikt heb, waar het gebruikelijker is om ‘appelen met peren’ te vergelijken. Maar wie valt daar nu over? Het is allemaal fruit.

DeMorgen_JoelDeCeulaer

Het resultaat van een ‘Groot Onderhoud’ met Joël De Ceulaer, en met foto’s van fotografe Aurélie Geurts

  • Op 27 september 2018 verzorg ik een lezing over mijn boek voor de Vlaamse Academici Mechelen.

Studiedag “Het nieuws anders bekeken”

Affiche_Verdraaid_JPEG

“Subjectiviteit, sensatie en roddel lijken termen die specifiek voorbehouden zijn om de nieuwsmedia van vandaag te typeren. Het is zelfs overbodig toe te lichten wat men met die aanduidingen precies bedoelt. (…) Nieuwsmedia slagen er nauwelijks in om die slechte naam van zich af te schudden.”

Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen. Om uw blik op de journalistieke wereld te verruimen organiseren het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven en de opleiding Master in de Journalistiek, campus Sint-Andries Antwerpen, op 20 april 2018 een studiedag naar aanleiding van het zopas verschenen boek “Verdraaid! Het nieuws anders bekeken”. Deze studiedag wil de dialoog tussen de ‘theorie’ en de ‘praktijk’ rond nieuws en journalistiek verder stimuleren door in een academische setting een aantal journalisten aan het woord te laten, om vervolgens met hen in gesprek te gaan. Naast ikzelf komen een aantal journalisten aan het woord. Zo is er Nathalie Carpentier die onlangs grote indruk maakte met een nieuw genre, namelijk journalistieke beeldverhalen. Voor De Correspondent en De Standaard Weekblad maakt ze grafische reportages over onder meer dementie en psychische aandoeningen. Zij komt vertellen hoe deze vorm van journalistiek het mogelijk maakt om over bijzonder gevoelige thema’s verslag uit te brengen. Verder komt Annelies Van Herck, nieuwanker bij Het journaal van de VRT aan het woord. Zij licht toe hoe een presentatietekst voor een tv-journaal tot stand komt, hoe ieder woord perfect gekozen moet zijn. Van een nieuwslezer verwacht de kijker immers dat die een neutraal woordgebruik hanteert, dat echter tegelijk ook aansprekend en begrijpelijk moet zijn. De buitenlandse gast op het programma is AP-fotograaf Burhan Özbilici. Hij won in 2017 de prestigieuze World Press Photo-competitie met een beklijvende foto van de moord op de Russische ambassadeur Andrej Karlov in Ankara. Hij zal vertellen hoe hij die bewuste dag ‘gewoon’ zijn werk deed, en helemaal niet de held aan het uithangen was toen hij met gevaar voor eigen leven de moordenaar en zijn slachtoffer vastlegde. Het publiek krijgt de gelegenheid om de sprekers vragen te stellen, om een ander en genuanceerder beeld te krijgen van de hedendaagse journalistiek en van de uitdagingen waarmee journalisten te maken krijgen.

Het volledige programma:

13u ontvangst met koffie
13.30u verwelkoming door prof. Michaël Opgenhaffen
13.35u inleiding “Het nieuws anders bekeken” door prof. Baldwin Van Gorp
13.55u Nathalie Carpentier (DS Weekblad, De Correspondent) over de mogelijkheden van het beeldverhaal als journalistiek genre (gevolgd door Q&A)
14.35u koffiepauze
14.55u Annelies Van Herck (nieuwsanker Het Journaal) over de kunst van het maken van presentatieteksten voor een tv-journaal (gevolgd door een opdracht voor het publiek: schrijf zelf een presentatietekst voor het journaal)
15.35u Burhan Özbilici (AP fotograaf) met het bijzondere verhaal achter zijn winnende fotoreeks World Press Photo 2017 (gevolgd door Q&A)
16.15u slotbedenkingen door prof. Baldwin Van Gorp
16.30u afsluitende receptie met een hapje en een drankje
Inschrijven (15 euro zonder boek / 39,99 euro met boek) kan via deze link.

Verdraaid! Het boek is er…

Ik had er al heel lang naar uitgekeken, en toch nog was het een verrassing toen een koerier aanbelde met een aantal grote dozen. Mijn boek is er! 359 bladzijden telt het uiteindelijk. En ik had nog niet het gevoel uitverteld te zijn. Maar voorlopig moet dit volstaan. Het boek is via alle gekende kanalen (bol.com, Standaard Boekhandel …) leverbaar en bestelbaar.

Gaandeweg verneemt de lezer het antwoord op prangende vragen zoals:
  • Waarom valt er voor een journalist van Kuifje maar weinig te leren?
  • Waarom hebben de tabloids een frisse wind doen waaien door het Britse medialandschap?
  • Wat is voor een journalist in oorlogsgebied het ergste: de gruwel zien of de gruwel voelen?
  • Waarom had de auteur het beter op een lopen gezet tijdens een interview met Radio 1-presentatrice Annemie Peeters?
  • Waarom was Deep Throat, de anonieme bron van Bob Woodward tijdens de Watergate-affaire, achteraf zo boos op de beroemde journalist?
  • Waarom moeten journalisten bewuster worden van hun eigen frames?
  • Was de Duitse undercoverjournalist Günter Wallraff de enige die zich voor Ali heeft uitgegeven of waren er meerdere Ali’s?
  • Waarom bleef Burhan Ozbilici, de winnaar van de World Press Photo 2017, maar verder fotograferen terwijl er voor zijn neus een moord was gepleegd?
  • Waarom gelooft iemand als Arnon Grunberg niet in objectieve journalistiek?
  • Waarom valt er toch ook iets goeds te zeggen over paparazzi en de roddelbladen?​

 

verdraaid_hetnieuwsandersbekeken

Verdraaid! Het nieuws anders bekeken is vanaf begin maart 2018 overal te koop

Op het programma de komende tijd:

  • 8 maart 2018: Het boek in primeur: “Wat is … framing?”, avondlezing in Kortrijk georganiseerd door het Postuniversitair Centrum (zie hier voor meer info)
  • 13 maart 2018: Workshop “Framing, de 12 brillen van armoede” in ’s Hertogenbosch (NL) in het kader van het ASH congres Expeditie 073
  • 14 maart 2018: Studiedag “Armoede in de klas”, georganiseerd door de ABN-AMRO stichting in Amsterdam (NL)
  • 26 maart 2018: gastles “Framing” aan de UGent in de cursus ‘Maatschappelijke structuren’, opleiding psychologie.

 

 

Gezocht: een succesverhaal over het onderzoek naar Alzheimer

Op 10 januari 2018 trok Pfizer, zowat de grootste medicijnenproducent ter wereld, de stekker uit het onderzoek dat als doel had een geneesmiddel voor de ziekte van Alzheimer te vinden. Nochtans zou het vinden van een pil die de symptomen van deze aandoening tenminste kan afremmen de jackpot voor het bedrijf betekenen. Alleen al in België hebben meer dan 200.000 mensen dementie, aldus een becijfering van het Expertise Centrum Dementie Vlaanderen. Een voor de hand liggende reden waarom de farmareus toch de drastische beslissing nam, is dat het onderzoek niet de verwachte resultaten heeft opgeleverd. Misschien is het wel zo dat een dergelijk medicijn een soort Heilige Graal is, dus dat het vinden van zo’n medicijn in een en dezelfde beweging gebruikt kan worden om de natuurlijke veroudering van de mens tegen de gaan. Is de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar dementie in staat om het geheim van de eeuwige jeugd te ontrafelen? Klinkt alleszins spannend. Maar niet bepaald realistisch. Het geloof in het kunnen van de wetenschap wordt wel als frame gebruikt om het over Alzheimer te hebben, als een laatste strohalm. Maar ook zo’n strohalm kan uiteindelijk knappen.

Kankeronderzoek kan succesverhalen voorleggen, en die houden de hoop levende dat de miljarden die dit type onderzoek al heeft opgesoupeerd uiteindelijk echt zal renderen. Het onderzoek naar Alzheimer moet het in belangrijke mate stellen met de charismatische verschijning en welbespraaktheid van onderzoekers zoals Bart De Strooper en Christine Van Broeckhoven. Zij pleiten terecht voor méér middelen voor het onderzoek naar Alzheimer en andere oorzaken van dementie. Hoewel ook de vraag kan worden gesteld of er ook niet meer middelen moeten gaan naar de zorg voor ouderen met dementie. Care of cure dus, of beter: care én cure. Net zoals bij framing van andere maatschappelijke kwesties zijn er dus ook hier grote belangen in het spel.

Vorig jaar rond deze tijd heb ik met mijn gezin in Zuid-Afrika verbleven, met een dochtertje van één en een zoontje van vier. We hebben er een fantastische tijd gehad, wetende dat de kinderen zich er later niets, of de oudste misschien een flard, van zouden herinneren. Toch doe je dat als ouder, als een stuk levenservaring die je ze kan meegeven. Stel echter dat je met een persoon met dementie een dergelijke reis zou maken – die herinnert er zich naderhand mogelijk ook niets meer van – zouden we dan ook spreken in termen van een levenservaring? Tijd investeren in kleine kinderen rendeert, tijd spenderen aan ouderen is een ‘waste of time’, en ook van ‘money’. In deze framing zit mogelijk eveneens een verklaring waarom Pfizer het niet ziet zitten nog langer geld te ‘investeren’ in wat bekend staat als een ouderdomsziekte. Het zijn “kosten op het sterfhuis”, zoals men in Vlaanderen zegt. Kortom, de framing van ouderen doorkruist de framing van dementie.

jong_en_oud_3

Intussen is bekend geworden dat Vlaanderen verder gaat met de fameuze Vergeet dementie, onthou mens-campagne, gebaseerd op het onderzoek van Tom Vercruysse en mezelf. 

Op 20 februari 2018 vindt aan de KU Leuven een lezing plaats van de gerenommeerde onderzoekers Perla Werner (University of Haifa), Peter Simonsen (University of Southern Denmark) en Patrick Cloos (Université de Montréal) met als thema The Cultural Perception of Dementia. Hoe mensen naar Alzheimer en andere oorzaken van dementie kijken, de rol van stigma en van zelfstigma komen daarbij uitgebreid aan bod. Iedereen is welkom maar inschrijven is nodig.

Daarna volgen er nog andere evemenenten en lezingen over de maatschappelijke aspecten van dementie. Alle praktische informatie is te vinden op de website van Metaforum KU Leuven.

 

Verdraaid! Een nieuw boek op komst

Op 15 maart 2018 verschijnt Verdraaid! Het nieuws anders bekeken bij uitgever Pelckmans Pro. Daarin neem ik het op voor de zwaar bekritiseerde nieuwsmedia. Ik laat daarbij ook journalisten zelf aan het woord: Rudi Vranckx, Martine Tanghe, Robin Ramaekers, Frank Westerman, Nick Davies, Burhan Ozbilici (winnaar Word Press Photo 2017), Günter Wallraff, Bob Woodward, Carl Bernstein, Arnon Grunberg en vele anderen. Lees binnenkort dit rijk gestoffeerde en genuanceerd uitgewerkte verhaal waarin gaandeweg een aantal lastige discussies over objectiviteit, sensationalisme, kwaliteit, framing, nepnieuws, embedded journalistiek, de scheidingslijn tussen feiten en fictie enz. aan de orde komen.

In afwachting is mijn kinderboek Kaluna nog steeds verkrijgbaar. Wil je een gesigneerd exemplaar in huis? Dat gaat het makkelijkste door 15,50€ (incl. verpakking- en verzendkosten, voor Nederland en België) over te schrijven op rekeningnummer BE78124140240086 van uitgever Het Plan, Eekstraat 45, 9240 Zele, België (BIC BKCPBEB1BKB), met de mededeling “boek Kaluna” en de naam aan wie het exemplaar opgedragen mag worden.

Verdraaid

Wie de pyjama past trekke hem aan

In onderstaande figuur zijn enkele stereotiepe kenmerken van psychiatrische patiënten te zien. Deze hebben een pyjama aan (zie bijv. One flew over the cuckoo’s nest uit 1975 van Milos Forman), ze kijken scheel en wezenloos voor zich uit en houden de tong uit de mond. In stripverhalen geeft de krul boven het hoofd aan dat ze ‘doorgedraaid’ zijn (zie bijv. “Te gek om los te lopen” uit de reeks De Blauwbloezen van Lambil en Cauvin, 1991).

psychische_aandoeningen_fictie

De trechter op het hoofd moet het meest stereotiepe hoofddeksel van de dwaas zijn (bijv. Lucky Eddie uit Hägar the Horrible van Dik Browne en “De lijfwachten zijn knetter” uit 1975 in de reeks Sammy van Berck en Cauvin). De trechter wordt doorgaans als een symbool voor kennis gezien. Voor een dwaas is het ding mogelijk niet van nut, en fungeert het dan maar als hoofddeksel. De herkomst van de trechter als hoofddeksel van de gek is moeilijk te achterhalen. Maar deze gaat minstens terug tot de vijftiende eeuw. Jheronimus Bosch schilderde destijds immers een chirurgijn die een kei uit het hoofd van een dwaas haalde. In dit laatste voorbeeld is het echter de chirurgijn (of kwakzalver?) die de trechter op het hoofd heeft staan.

Verder zijn psychiatrische patiënten vrij passief, al kunnen ze af en toe een dansje opvoeren (zie bijv. “De blauwe lotus” uit de reeks Tintin van Hergé, 1936). In het geval dat ze potentieel gevaarlijk zijn, krijgen ze een dwangbuis aangetrokken, in extreme gevallen in combinatie met een mondmasker (zie bijv. The silence of the lambs uit 1991 van Jonathan Demme). Deze kenmerken zijn bovendien onbeperkt combineerbaar.

De figuur presenteert slechts enkele voorbeelden hoe erin de cultuur over personen met psychische aandoeningen gedacht wordt. Het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven deed in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, het Koning Fabiolafonds en het Fonds Julie Renson uitgebreid onderzoek naar de beeldvorming aangaande psychische aandoeningen. Het eindrapport is inmiddels (gratis) beschikbaar en bevat naast een overzicht van de bestaande frames ook een aantal alternatieve counterframes. Verder wordt er verslag uitgebracht van het gebruik van deze frames en counterframes in de Belgische pers, van een grootschalig experiment en van een interviewstudie bij professionals uit de sector voor geestelijke gezondheid. Food for thought.

 

Zelfde feiten, andere frames

Hoe hardnekkiger we bepaalde frames gebruiken, hoe meer blind we ervoor zijn. Er is daarom enige afstand nodig om ze scherp te krijgen. Die ‘afstand’ kan zich ook in de tijd afspelen. Zo kwamen er zestig jaar geleden, in november 1958, duizenden Hongeren naar België, op de vlucht voor de Sovjets.

Feitelijk zijn er een hoop parallellen te ontdekken tussen de vluchtelingen uit 1958 en die uit 2016. Maar intussen gebeurt de framing (d.w.z. de betekenisverlening) heel anders. In volle Koude Oorlog was de oorzaak van het vluchten schijnbaar eenduidiger aan te geven: de opstand in de Hongaarse hoofdstad Boedapest in november 1956 die door Rus­sische tanks werd neergeslagen. Anticommunistische gevoelens voerden de boventoon in de Vlaamse pers: “De weg naar de vrijheid. De Hongaarse partisanen bieden laatste vertwijfelde weerstand aan militair Sovjet diktatuur” (Het Laatste Nieuws, 6 november 1956) en “Hongaren vluchten voor de nieuwe rode terreur” (Gazet van Antwerpen, 6 november 1956).

In De Standaard van 18 november 1956 stond te lezen:

Een bouwarbeider uit Gyor wist ons te vertellen dat hij te voet gevlucht was en 24 uur lang door het woud gelopen had om Oostenrijk te bereiken. […] “Het duurt weer twintig jaar eer we er een beetje bovenop zijn na al dat bloedvergieten en die ellende. […] En ik wil eindelijk eens een behoorlijk bestaan hebben. […] In geen 10 jaar kan ik mijn vrouw een mantel kopen.” […] Elke Hongaar staat daar met zijn eigen verhaal over de opstand, zijn eigen misere, zijn eigen hoop en verlangens.

Gazet van Antwerpen schreef op 20 november 1956 het volgende:

“Zeg eens schoon ‘danke schön’” zei de jonge vrouw tot ’t kleintje alsof dit die vreemde woorden kon verstaan. Het kind kon natuurlijk niet danken. Niet danken in woorden. Het legde de man uit België zijn beide handjes om de hals en drukte zijn met chocolade besmeurd handje op de witte hemdkraag – een chocoladebruin teken van dankbaarheid.

Zestig jaar geleden werden vluchtelingen als ‘helden’ geframede. En een gastvrije ontvangst zorgde voor dankbare reacties. Tegenwoordig blijken alleen het slachtofferframe en het indringerframe geschikt, en niets ertussenin…

(de fragmenten zijn afkomstig uit Framing asiel: Indringers en vluchtelingen in de pers waarvan intussen ook de tweede druk uit 2012 jammer genoeg is uitgeput)

Zonder frames, geen communicatie

Lisbeth Imbo, voormalig hoofdredacteur van De Morgen, typeerde het concept als “een sluipend gif”, N-VA politicus Bart De Wever vond een grap van de openbare omroep “framing om van te kotsen”, en zo zijn er heel wat voorbeelden te geven van hoe framing sinds enkele jaren ingang heeft gevonden in het publieke debat. Maar die invullig is niet bepaald fraai te noemen. VRT-journaliste Linda De Win stelde dat het de taak van journalisten is om de framing van politieke actoren bloot te leggen. Het zijn dus snode politici die zich van framing bedienen om het publiek een rad voor de ogen te draaien. Wat ze echter naliet erbij te vertellen, is dat ook journalisten volop gebruik maken van frames. Of beter: we maken allemaal volop gebruik van frames, want zonder frames zouden we elkaar simpelweg niet begrijpen. Geen communicatie zonder frames.

Framing is van oorsprong een academisch concept, en in de wetenschap verwijst het naar de gemeenschappelijke denkkaders van mensen om betekenis aan de werkelijkheid te geven. Ieder frame biedt een ander perspectief, of een andere bril waarmee er naar de werkelijkheid gekeken kan worden. En bij iedere kijk verandert ook de betekenis van die werkelijkheid. Bijvoorbeeld, vanuit het perspectief ‘afnemend nut’ vormen ouderen (hier: 65+) nog louter een kost omdat er geen baten meer zouden zijn. Investeren in ouderen zou dan niet duurzaam zijn. Het counterframe ‘zilveren goud’ doet precies het omgekeerde. Ouderen vertegenwoordigen een belangrijke economische meerwaarde, als (vaak) kapitaalkrachtige mensen met veel vrije tijd. Pas op latere leeftijd komen er mogelijk, maar niet noodzakelijk, de nodige medische en residentiële zorgen bij kijken, en die vertegenwoordigen natuurlijk ook een economische meerwaarde. En niet te vergeten, ouderen zorgen ook voor gratis opvang van de kleinkinderen, waardoor hun ouders zich meer kunnen focussen op hun job. Enzovoort.

Framing kan inderdaad zodanig worden ingezet dat het publiek voor de gek wordt gehouden. Maar minstens zo problematisch is dat er vaak geen aandacht is voor de eigen framing. Welke frames hanteert men zelf? Zelfs communicatieprofessionals laten het vaak na deze denkoefening te maken. Bewust zijn van de eigen frames en een gevoeligheid aankweken voor de frames van anderen zou de communicatie, en mogelijk ook de samenleving, vooruit kunnen helpen.

Dat framing ook ten goede kan worden ingezet, is onder meer te merken bij deze initiatieven:

  • Een lezing over framing op het Kortom-congres ‘Vitamine K’ op 21 november 2016 in het Vlaams Parlement in Brussel
  • Een lezing over de framing van kinderarmoede in het Welzijnshuis in Sint-Niklaas op 29 november 2016
  • Een lezing over framing als onderzoeksmethode tijdens een symposium over onderzoekstechnieken in journalism studies aan de Universiteit Leiden op 20 januari 2017
  • Twaalf kaartjes rond kinderarmoede van het tijdschrift Klasse die inzetbaar zijn in het onderwijs, inclusief een knappe interactieve tool en een Facebook-pagina
  • Februari 2017: een nieuw, uitgebreid rapport over de framing van psychische aandoeningen.
  • 11 mei 2017: in Brussel vindt een conferentie plaats met als thema Goed gek?! Anders spreken over geestelijke gezondheid. Meer informatie is te vinden op de site van de Koning Boudewijnstichting.
  • 25-29 mei 2017: in San Diego (V.S.) vindt de jaarlijkse conferentie van de International Communication Association plaats. Zoals steeds vinden er heel wat presentaties plaats over de meest recente ontwikkelingen rond het thema framing.

Armoede_AndersKijken

Illustratie van Laura Janssens bij het initiatief van Klasse om het bewustzijn rond kinderarmoede in het onderwijs te vergroten