Deze opinie verscheen op 6 oktober 2025 in De Morgen.
In De Morgen van 2 oktober stond te lezen dat het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) de UGent flink op de vingers heeft getikt omdat er geen lesopnames ter beschikking werden gesteld van een student die herstellende was van een kankerbehandeling. “Discriminatie,” oordeelde de geschillenkamer van het VMRI. Het artikel laat ook de Vlaamse Vereniging van Studenten aan het woord, want die is blij is met de uitspraak, omdat ze lesopnames wilt afdwingen. Het artikel verwijst ten slotte naar een Parlementslid van cd&v dat een wetsvoorstel indiende om van lesopnames een basisrecht te maken voor bepaalde groepen studenten. Ik hoop dat ze daarin niet slagen, want in de praktijk zal het erop uitdraaien dat alle studenten over die lesopnames zullen beschikken. Want: waar ligt de grens tussen niet naar de les kunnen komen en niet naar de les willen komen?
Uiteraard heeft deze herstellende student gelijk, en zou ik voor een lesopname zorgen. Maar wat te denken van de student die me mailde dat hij een inkomticket voor een pretpark op een specifieke datum cadeau had gekregen, en verwachtte dat ik via mail de voornaamste punten die in het college aan bod kwamen even wilde oplijsten.
In het openingscollege van één van mijn cursussen vorige week zat welgeteld 1 (één) student. Studenten gunnen je als docent al niet meer de kans om de meerwaarde van hoorcolleges aan te tonen. Omdat de universiteit wilt dat je als docent via het online onderwijsplatform aangeeft welke leermiddelen je ter beschikking stelt van de studenten, maken de studenten een inschatting. Vorig academiejaar verzorgde ik een cursus voor 120 studenten en gaf ik aan bereid te zijn lesopnames te maken als minstens de helft van de studenten naar de colleges zou komen. In het derde college haalde ik dat percentage al niet meer.
Op het einde van de cursus deed ik een bevraging en daaruit bleek dat het merendeel van de groep die aanwezig was alle, of bijna alle bijeenkomsten had bijgewoond. Kortom: het andere deel van de studenten kwam gewoonweg nooit naar de colleges. Lesopnames maken zorgt bovendien nog voor een eigenaardig fenomeen: studenten die voor zich uit zitten te staren in de les, ook al zeg je: “Dit is héél belangrijk!”. Toen ik één van die lethargische studenten aansprak, antwoordde deze dat hij daar zat om te luisteren. Studeren deed hij aan de hand van de lesopnames.

Door het verplicht maken van lesopnames faciliteren de universiteiten zelf het massaal wegblijven van de studenten. De meerwaarde van colleges bijwonen – leren nota nemen, gedachten uitwisselen, sociaal contact met andere studenten – wordt daardoor uitgehold. Het ideale hoorcollege is er één waar er ook interactie is met de studenten. Door het maken van een lesopname is de collegezaal geen safe space meer, en spreken studenten zich niet uit over sommige heikele onderwerpen die in mijn colleges aan bod komen. Ikzelf spreek me al helemaal niet uit over die onderwerpen, want ik heb geen zin om online op een compilatie met fragmenten uit mijn colleges te stoten.
Indien de studenten hun zin krijgen, voorspel ik dat veel docenten er uiteindelijk de brui aan zullen geven en dat ook zij gebruik gaan maken van die lesopnames om studenten een zelfstudiepakket aan te bieden. “Hier zijn slides, een cursus en lesopnames, we zien elkaar bij het examen. Veel succes.”
Ik moet trouwens een pluim geven aan de studenten uit die ene cursus waarin slechts de helft van de studenten de colleges (zónder lesopnames) bijwoonde: op een enkeling na was iedereen geslaagd. Geen lesopnames maken is bevorderlijk voor de zelfredzaamheid van de studenten. Ze zetten een ruilhandel op in lesnota’s of werken met een beurtrol, allemaal prima voor mij. Eén van die geslaagde studenten was trouwens top-dj Amber Broos. Ik heb de kans niet gekregen, maar ik had haar graag gevraagd wat zij ervan zou vinden dat van haar optredens opnames zouden worden gemaakt en ze als gevolg daarvan niemand voor zich uit de bol zou zien gaan? Wat ik daarmee wilde duidelijk maken is dat wij, docenten, evenzeer nood hebben aan een publiek om te kunnen schitteren.

