Categorie archief: journalistiek

Tom Waes, de kat met negen levens

Sven Pichal, Bart De Pauw, Eddy Snelders, Tom Waes … in de mediawereld tuimelden de afgelopen jaren wel wat vedetten van hun voetstuk. Iedere zaak is heel anders, maar allen pleegden ze strafbare feiten. Niemand verwacht dat Sven Pichal of Eddy Snelders nog ooit voor televisie zullen kunnen werken. Bart De Pauw werkt aan een rentrée via de theaterpodia, maar het is Tom Waes die het meest op clementie kan rekenen. Ik zie tien redenen waarom zijn zaak fundamenteel een ander verloop kent dan al die andere.

Tom Waes wéét dat als je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor een crisis je je niet moet presenteren als een slachtoffer
  1. In de samenleving is er een grote tolerantie voor alcoholmisbruik. Tom Waes voerde in zijn verdediging op 25 mei 2025 in De Afspraak (VRT) en op 26 mei in Eva (NPO) aan dat hij zich niets meer van het voorval herinnert, dus dat de alcohol het van hem had overgenomen. Dit gebrek aan zelfcontrole wordt hem schijnbaar vergeven.
  2. Tom Waes heeft grootmoedig zijn straf aanvaard en zegt zelf geen enkel excuus te willen aanbrengen. Als presentator Bart Schols in De Afspraak een voorzet doet om uit te halen naar ‘de media’, die elk van bovenstaande zaken breed hebben uitgesmeerd, dan gaat hij daar niet op in. “Dat hoort erbij”.
  3. Tom Waes wentelt zich uitdrukkelijk niet in een slachtofferrol, maar trekt het boetekleed aan. Als je zélf duidelijk verantwoordelijkheid draagt in een crisis, is dat iets wat je inderdaad niet moet doen: in een slachtofferrol kruipen.
  4. Tom Waes biedt uitgebreid zijn excuses aan, toont duidelijk empathie voor de man die in de botsabsorbeerder zat waar hij op inreed, én voor alle ouders van verongelukte kinderen. Zijn gedachten zijn bij hen, en niet bij zijn eigen leed.
  5. Tom Waes neemt overduidelijk maatregelen om te vermijden dat een gelijkaardig incident zich in de toekomst nog eens zou voordoen. Hij zegt dat hij tot op het moment van de tv-interviews nog geen alcohol heeft aangeraakt. Bovendien gaat hij niet in beroep tegen het vonnis en zegt hij nooit nog een druppel alcohol te drinken als hij met de wagen moet rijden. Hij is voor zichzelf dus nog strenger dan de wet voorschrijft.
  6. Tom Waes doet wat de theorieën rond crisiscommunicatie suggereren om te doen (d.w.z. mortification + corrective action + compensation). Uit de tv-interviews blijkt opvallend dat zijn reactie spontaan is ontstaan, en er geen management of consultant aan te pas is gekomen. Met de tv-interviewers zijn er vooraf geen vragen uitgewisseld. Hij komt inderdaad erg authentiek over. Het is geen ingestudeerd nummertje van een acteur.
  7. Het incident past tot op zekere hoogte bij het imago van de onkreukbare Tom Waes: hij rijdt zijn oldtimer Porsche in de prak, draagt daarbij geen gordel, waardoor het een wonder is dat hij enkele maanden later weer rondloopt alsof er niets gebeurd is. Ook in zijn tv-programma’s toonde hij al aan dat hij een kat met negen levens is. Dit roept eerder bewondering op dan afkeuring. Elke mythe bevat ook betekenisvolle incidenten.
  8. Tom Waes had vóór het ongeval een bijzonder sterke reputatie opgebouwd en die fungeerde als een schild toen het noodlot toesloeg. Niet alleen zijn auto, maar ook die reputatie hebben flinke averij opgelopen. Door zijn snelle en slimme respons zal zijn reputatie zich weer herstellen. Merk ook het taalgebruik op: als het noodloot toeslaat, is dat iets dat je lijkt te overkomen.
  9. Hij komt zonder kleerscheuren uit het ongeluk, en zoals het er nu naar uitziet ook zonder kleerscheuren uit zijn samenwerking met de VRT en NPO. Bij de VRT heeft hij één van de riantste exclusiviteitscontracten uit de televisiegeschiedenis. Hopelijk staat er een bepaling in dat bij ondertekening er onberispelijk gedrag wordt verwacht. Mogelijk verdient dat artikel in zijn exclusiviteitscontract een update, of volgen er toch nog financiële repercussies.  
  10. Een crisis kan enkel zinvol zijn als er iets positiefs uit voortvloeit. Dat voelt Tom Waes uitstekend aan, door aan te geven dat hij zich zal inzetten voor sensibiliseringscampagnes en er mogelijk nog een programma rond verkeersveiligheid zal volgen. Op die manier weet hij de betekenis van de crisis 180 graden te draaien, tot iets helend, voor hem en de hele samenleving. Een crisis kan dus een veranderingsproces op gang brengen.

Ik schreef deze opinie als opvolging van het interview dat Max De Moor van De Standaard met me afnam naar aanleiding van de excuses van Tom Waes. Ze is verschenen in De Standaard van 30 mei 2025.

Beste Bart,

Samen met half Vlaanderen heb ik naar De Tafel van Gert gekeken waarin je je jarenlange stilzwijgen hebt doorbroken. Zoals ik na afloop in de pers zei, vind ik dat je je staande hebt gehouden en begrijp ik waarom je Gert Verhulst verkoos als interviewer. Je zei onder meer dat het je tijd heeft gekost om alles scherp te krijgen.

Een kenmerk van voortschrijdend inzicht is dat je altijd nog een stapje verder kan opschuiven. Op het einde van het gesprek gaf je aan de reacties en de pers te vrezen. Die voorspelling is deels uitgekomen – we geraken er als samenleving echt niet over uitgepraat – maar dat komt ook wel omdat je deze kans om uitgebreid je verhaal te doen niet ten volle hebt weten te benutten.

Sta me toe het voorbeeld te herhalen dat ik in mijn colleges aan de KU Leuven over crisiscommunicatie gebruik om de basisprincipes van imagoherstel toe te lichten. Het voorbeeld klinkt mogelijk wat badinerend, maar dat doe ik om het emotionele gewicht ervan weg te halen.

Beeld je in dat in je kinderjaren je ouders plots weg moeten, je even alleen thuis laten en zeggen dat je zeker niet aan de snoeppot mag komen. Als je ouders thuis komen, beschuldigen ze je ervan dat je toch een snoepje hebt genomen. Hoe reageer je dan? De theorie beschrijft maar liefst twaalf verschillende manieren om te reageren, telkens met een andere uitkomst. Ik ga ze niet alle twaalf opsommen, maar je wel twee keuzes voorleggen: ga je schuld bekennen of in de verdediging gaan? Die reactie is uiteraard afhankelijk van het gegeven of de beschuldiging klopt of niet. Als je geen snoepje hebt genomen, kan je vol in de tegenaanval gaan. Als je wel een snoepje hebt genomen, is de beste strategie om het boetekleed aan te trekken. Dan waait het incident het snelste over.

Maar wat doe je in het volgende scenario: de beschuldiging luidt dat je vijf snoepjes hebt gejat, terwijl je weet dat het er maar drie waren? Er zijn twee opties. De eerste ga je zeker herkennen: je vindt de beschuldiging onrechtvaardig, want je hebt er maar drie genomen. Je wilt erkenning voor wat je zelf vindt tot waar je in de fout bent gegaan. Maar er is dus ook een tweede optie: je bekent schuld, want of het er nu drie of vijf waren, je hebt je niet aan de afspraken gehouden. De theorie stelt dat je dan in het eerste scenario belandt: het incident waait snel over.

Waar ik moeilijk vat op kan krijgen, is op stemmen die stellen dat “de wraakgodinnen” vinden dat je nooit nog aan de bak mag komen. Ik hoop dat ze om te beginnen daarmee niet naar de slachtoffers verwijzen. Maar wie zijn dat dan wel? Ik denk niet dat ze aan een realiteit beantwoorden. En als ze bestaan, zou hun wraak dan zo ver reiken dat ze je ervan kunnen weerhouden creatief te zijn?

Mijn inschatting is dat je na de miljoenenzaak tegen de VRT, waarbij je all-in bent gegaan, je niet kan verwachten dat die deur snel weer open zal gaan. Maar ik zie vele andere mogelijkheden. Ik weet wat voor een straffe tv-maker je bent, want ik was er zelf bij aan het begin van je carrière, op de set van Meester, hij begint weer en Buiten de zone. Natuurlijk, om spitsvondig te zijn, moet je goed in je vel zitten. Eerst nog de blik verscherpen, en dan hoop ik van harte dat je dat lukt.

Groeten van je oude klasgenoot.

Naschrift: eind april 2025 trad Bart De Pauw weer voor het voetlicht in een theatershow. De Tijd wilde weten wat ik daarvan vond, en ook de VRT vroeg naar mijn reactie.

Armoede laat zich niet zomaar in een entertainment-format gieten

Het moet sneu zijn voor de makers dat de reality-reeks Astrid en Natalia: Back to reality al na één aflevering van de buis werd gehaald. Al kan ik me wel iets voorstellen bij die beslissing. Armoede is een complexe problematiek die zich niet zomaar in een entertainment-format laat gieten. In armoede leven is geen keuze en gaat gepaard met een groot publiek stigma. Programmamakers moeten zich daarvan bewust zijn. Een tv-programma waarin het doel is in beeld te brengen hoe een aantal bekende Vlamingen ervaren hoe het voelt om in een kleine zeilboot de oceaan over te varen of om, een ‘pulk’ achter je aan slepend, door Groenland te trekken, slaat aan bij kijkend Vlaanderen. Maar dat blijkt toch nog iets anders te zijn dan twee vedetten dertig dagen met een krap budget in een rijhuis in Turnhout te zetten. Ik had er een gesprek over met Adriaan Cartuyvels van Knack en met Max De Moor van De Standaard. Sofie Gebruers van Het kwartier maakte er een podcast van en Stien Schoofs van VRTNWS vatte de teneur samen. 

Hoewel het niet meevalt om op vragen van journalisten te antwoorden die direct betrekking hebben op de actualiteit, baseer ik mijn oordeel wel degelijk op wetenschappelijk onderzoek. Lang geleden was ik al betrokken bij een studie die ging over hoe in onder meer Jambers en Het leven zoals het is armoede in beeld werd gebracht. Later volgde een uitgebreide frame-analayse in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting. Vrij recent verscheen een open acces-artikel in International Journal of Strategic Communication de resultaten van experimenteel onderzoek waarin ik samen met dr. Bart Vyncke ben nagegaan hoe een sensibiliseringscampagne het stigma rond kinderarmoede kan verlagen.  

Voordat de sneeuwbom valt

Ik zou het moeten onderzoeken, maar het klinkt wel als een plausibele hypothese: de nieuwsmedia zijn alarmistischer geworden. Dat nieuwsmedia alarmistisch zijn, klopt alvast, en daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste, nieuwsmedia hebben deels als functie om ons te helpen om de omgeving te scannen op mogelijke gevaren. Dat is dan een evolutionaire uitleg. Ten tweede, nieuwsmedia focussen op het negatieve, en dan heeft een alarmistisch verhaal meer kans om de nieuwsdrempel te halen dan het verhaal dat laat weten ‘hier is alles oké’.  

De vraag is natuurlijk of het nu erger is dan vroeger. Ik denk het wel. Dat heeft te maken met een reeks gebeurtenissen die we niet of moeilijk konden voorspellen pakweg tien jaar geleden: er zijn de terroristische aanslagen in 2016, corona, de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne en het conflict in Gaza. Je kunt niet zeggen: er kan ons niets overkomen.  

Er is onderzoek dat bijvoorbeeld heeft aangetoond dat na de zaak Dutroux nieuws dat ging over de verdwijning van kinderen makkelijker het nieuws haalde, dan ervoor. Net zo zal nieuws over een mogelijk nieuw virus of een nieuwe terreurdreiging momenteel makkelijker en prominenter in het nieuws komen.  

Verder is er het bijzondere gegeven dat zowel links als rechts een thema hebben dat ze zo dreigend mogelijk willen voorstellen: bij links is dat de klimaatopwarming en bij rechts migratie. Je mag niet vergeten dat er méér organisaties, politici, wetenschappers, industrietakken, belangengroepen en actiegroepen zijn dan journalisten. Die willen allemaal met hun verhaal in het nieuws komen. Hoe doe je dat, hengelen naar nieuwsaandacht? Door je verhaal zo sterk mogelijk aan te zetten. Maak er dus een sneeuwbom van dan is iedereen wakker. 

Wie bedenkt ook zo’n term als ‘sneeuwbom’? Ik veronderstel dat het een reëel weerfenomeen is, zoiets als een extreme sneeuwstorm. Maar het klinkt beter; lees: ik trek er sneller de aandacht mee. Ik heb onderzoek gedaan naar het nieuws rond ouderen en rond dementie, en ook daar zie je dat belangengroepen graag spreken over een ‘vergrijzingstsunami’ of ‘dementietsunami’, met de bedoeling om, bijvoorbeeld, wat schaarse middelen vanuit onder meer kankeronderzoek weg te trekken. 

Een belangrijke factor om eveneens te verklaren waarom de nieuwsmedia nu alarmistischer zijn dan vroeger is de komst van onlinewebsites en sociale media. Vroeger hadden redacties de tijd om uit te zoeken of er werkelijk iets ernstigs aan de hand was met een aangeleverd verhaal. Nu brengen ze het toch al maar vast online – dan zijn we tenminste eerst, en een alarmistisch verhaal levert allicht wat clicks op – daarna kunnen we het toch nog rechtzetten. Je hebt tegenwoordig heel wat verhalen die eerdere verhalen afzwakken: “dan toch geen sneeuwbom”. In dit geval ging er trouwens op een bepaald helemaal geen sneeuw meer vallen. Geen probleem, we zetten dat later wel weer recht.  

Onder meer verzekeraars en politici in verkiezingstijd brengen de boodschap dat het mogelijk is om risico’s op te vangen. De toekomst is uiteraard onzeker. Een leven zonder risico’s bestaat niet. Enige alertheid is nodig, en er zijn risico’s waar we beter op voorbereid zijn. Maar iedereen heeft er baat bij om risico’s beter te leren inschatten en, in een groot aantal gevallen, om risico’s te aanvaarden, en te zeggen: “we zien wel”.  

Deze tekst is gebaseerd op een gesprek dat ik had met Sofie Lemaire op 24 januari 2024, in haar programma De Wereld van Sofie. Het gesprek is te herbeluisteren op de site van Radio 1

Aandacht voor de frames achter de feiten

Verbindende_frames

Op zoek naar de frames die ons verbinden

Eind september las ik iets over Wout van Aert en, zo schreef de journalist, iedereen weet wat daarmee aan de hand is “tenzij je de voorbije weken op Mars verbleef”. Omdat ik inderdaad niet wist wat er met de renner aan de hand was, vroeg ik me af wat ik uit die vaststelling moest afleiden. In ieder geval vind ik het een goed idee om regelmatig vanop afstand en totaal onbevooroordeeld naar wat er in de wereld gebeurt te kijken. Het is een van de trucjes die ik bewust toepas in mijn onderzoek naar de manier waarop in de samenleving betekenis tot stand komt. Naast mijn Martiaanse afkomst ben ik ook een volbloed constructionist. Het constructionisme bestudeert de interactie en de communicatie tussen mensen waardoor de sociale werkelijkheid vorm krijgt. Op die manier ontstaan er verschillende werkelijkheden die onze gedachten en gedragingen sturen. Dit is in tegenspraak met mensen die vinden dat er maar één werkelijkheid bestaat. Zij vinden dat het onder meer de taak van journalisten is om over die ene werkelijkheid op een objectieve manier verslag uit te brengen, op basis van geverifieerde feiten. Doen ze dat niet dan brengen ze fake news, zijn ze aan het framen of zijn ze linkse dan wel rechtse propagandisten.

Als constructionist en Martiaan, maar vooral op basis van mijn onderzoek naar de framing van tientallen maatschappelijke onderwerpen, vind ik: zou het niet goed zijn als we met z’n allen het concept framing omarmen in plaats van het te reserveren om tegenstanders weg te zetten als leugenaars?

Frames factchecken is lastig

Er zijn feiten en er zijn frames. Over feiten is het mogelijk te bepalen of ze kloppen of niet. Frames factchecken is veel lastiger, omdat ze tegelijk waar en niet waar zijn. Frames zijn nochtans belangrijk, omdat frames aan de feiten betekenis verlenen. Beter, maar daarom niet gemakkelijker, is het om de verschillende denkbare frames in kaart te brengen. Een frame is per definitie een keuze en dus zijn er altijd alternatieven. Naargelang het gekozen frame ziet de werkelijkheid er heel anders uit.

Wat inderdaad helpt, is het standpunt van een Marsbewoner in te nemen. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken. Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij iemand om religieuze redenen weigert om iemand anders de hand te schudden. De Marsbewoner zal vaststellen dat mensen verschillende manieren hebben om elkaar te begroeten, onder meer de hand reiken en schudden, zoenen, omhelzen of met een hoofdknik. Het verschil tussen de omgangsvormen is de mate van aanraking. Dat zijn de empirisch waarneembare feiten. In beide gevallen gaat de betekenis die men eraan hecht veel verder dan de reële aanraking die de Martiaan empirisch kan vaststellen. Daardoor is het niet meer mogelijk te bepalen wie objectief gezien gelijk heeft. Vanuit een Westers perspectief bekeken, is elkaar de hand geven een teken van wederzijds respect. Vanuit het perspectief bekeken van bepaalde stromingen in de islam en het jodendom is het aanraken van de hand van iemand van het andere geslacht een teken van respectloosheid ten aanzien van de eigen partner. Het gaat in beide gevallen dus over respect. De gevolgde redenering verloopt echter anders.

De samenleving in een kramp

Associaties en gevolgtrekkingen die uit de betekenisgeving voortvloeien, vormen een bron van interculturele conflicten waarbij er zware verwijten en dito eisen klinken: Zwarte Piet is een racistisch personage en moet van het toneel verdwijnen, hoofddoeken moeten verboden worden, want het symboliseert de islamitische onderdrukking van de vrouw, ‘blanken’ moeten zich voortaan ‘witten’ noemen, want een ‘blanke’ stelt zich superieur op enzovoort.

De constructionist in mij ziet daarbij drie mogelijke manieren om met dergelijke lastige discussies om te gaan. Een eerste, vaak voorkomende reactie is de volgende: de tegenpartij stelt de situatie (bewust) verkeerd voor en is daarom aan het framen: ‘Ik frame niet, want ik heb gelijk.’ De tweede mogelijkheid is delicater. Niet de persoon die iets zegt of doet bepaalt wat de betekenis daarvan is, maar de andere partij, of zelfs een buitenstaander. Iemand zegt iets, en hoe goed bedoeld ook, of al was het een grap, als de andere partij het als bijvoorbeeld racistisch bestempelt dan ís het racistisch (of seksistisch, discriminerend …). Beide mogelijke reacties hebben bijkomende consequenties. Ze dragen namelijk bij aan de polarisering in de samenleving. Er is een bitsig debat, waarbij niemand wil toegeven, want vanuit hun perspectief bekeken hebben ze gelijk. Bijkomend is er een grote groep die zich er niet meer durft of wil over uitspreken. Gevolg: de samenleving schiet in een kramp, en alleen de uitersten van het spectrum spreken zich nog uit, roepen naar elkaar over de hoofden van de zwijgende meerderheid heen. Verder zijn er instanties die het zekere voor het onzekere nemen, en bijvoorbeeld de lokale kerstmarkt voortaan wintermarkt gaan noemen, wat de tegenstellingen nog meer op scherp zet. Het is de derde mogelijkheid die het constructionisme aanreikt die een oplossing biedt.

De beladenheid er weer vanaf halen

Het zou al helpen als iedereen zich bewust wordt van de eigen frames en daarvan het relatieve inziet. Een volgende stap bestaat in het inzicht krijgen in de frames van anderen. Waarom vindt iemand een uitspraak of een handeling respectloos, opdringerig, racistisch of seksistisch? Wat zit daarachter? Om die vragen te beantwoorden, is het nodig om te onderkennen dat niemand aan framing kan ontsnappen. Dus ook ik niet. Mijn eigenste framing is bijvoorbeeld dat we elkaar toch wat meer tijd moeten gunnen. Ik sprak een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega die me zei dat zijn familie al sinds de achttiende eeuw in Zuid-Afrika woont en dat hij nog steeds regelmatig de idee krijgt aangepraat dat hij niet thuis hoort op het Afrikaanse continent. Anderzijds ben ik ook iemand die vindt dat de wereld niemand toebehoort en iedereen zou moeten kunnen gaan en staan waar hij of zij wil. Maar dat vinden sommigen waarschijnlijk een te naïeve framing. Dat is immers al evenzeer het argument dat Westerse mogendheden gebruikten om hun kolonialistische groeidrift te rechtvaardigen (zie ook de reacties op deze blogpost). Mensen migreerden al lang voordat ze het idee kregen de wereld op te delen in landen en sommigen zich het recht toe-eigenden te dicteren waar de bewoners binnen de getrokken grenzen zich aan dienden te houden. Kortom, het zijn allemaal geconstrueerde feiten die enkel een realiteit vormen bij gratie van de gemaakte afspraken.

Wat ik wel al helder voor me zie, is dat we toch maar elkaar de hand moeten blijven reiken, en samen moeten zoeken naar de frames die ons verbinden. Veel woorden en dingen in het leven zijn momenteel zo zwaar beladen met betekenis en associaties dat het goed zou zijn als we samen zouden afspreken dat we proberen om die beladenheid er weer vanaf te halen, zoals een Marsbewoner dat zou doen (de hoofddoek is ook gewoon een kledingstuk, Zwarte Piet maakt ook gewoon deel uit van een kinderfeest). Om daarna samen op zoek te gaan naar alternatieven waarin, liefst, iedereen zich kan vinden.

Wil je hier meer over weten? Bekijk mijn TEDx talk op YouTube.

Studiedag “Het nieuws anders bekeken”

Affiche_Verdraaid_JPEG

“Subjectiviteit, sensatie en roddel lijken termen die specifiek voorbehouden zijn om de nieuwsmedia van vandaag te typeren. Het is zelfs overbodig toe te lichten wat men met die aanduidingen precies bedoelt. (…) Nieuwsmedia slagen er nauwelijks in om die slechte naam van zich af te schudden.”

Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen. Om uw blik op de journalistieke wereld te verruimen organiseren het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven en de opleiding Master in de Journalistiek, campus Sint-Andries Antwerpen, op 20 april 2018 een studiedag naar aanleiding van het zopas verschenen boek “Verdraaid! Het nieuws anders bekeken”. Deze studiedag wil de dialoog tussen de ‘theorie’ en de ‘praktijk’ rond nieuws en journalistiek verder stimuleren door in een academische setting een aantal journalisten aan het woord te laten, om vervolgens met hen in gesprek te gaan. Naast ikzelf komen een aantal journalisten aan het woord. Zo is er Nathalie Carpentier die onlangs grote indruk maakte met een nieuw genre, namelijk journalistieke beeldverhalen. Voor De Correspondent en De Standaard Weekblad maakt ze grafische reportages over onder meer dementie en psychische aandoeningen. Zij komt vertellen hoe deze vorm van journalistiek het mogelijk maakt om over bijzonder gevoelige thema’s verslag uit te brengen. Verder komt Annelies Van Herck, nieuwanker bij Het journaal van de VRT aan het woord. Zij licht toe hoe een presentatietekst voor een tv-journaal tot stand komt, hoe ieder woord perfect gekozen moet zijn. Van een nieuwslezer verwacht de kijker immers dat die een neutraal woordgebruik hanteert, dat echter tegelijk ook aansprekend en begrijpelijk moet zijn. De buitenlandse gast op het programma is AP-fotograaf Burhan Özbilici. Hij won in 2017 de prestigieuze World Press Photo-competitie met een beklijvende foto van de moord op de Russische ambassadeur Andrej Karlov in Ankara. Hij zal vertellen hoe hij die bewuste dag ‘gewoon’ zijn werk deed, en helemaal niet de held aan het uithangen was toen hij met gevaar voor eigen leven de moordenaar en zijn slachtoffer vastlegde. Het publiek krijgt de gelegenheid om de sprekers vragen te stellen, om een ander en genuanceerder beeld te krijgen van de hedendaagse journalistiek en van de uitdagingen waarmee journalisten te maken krijgen.

Het volledige programma:

13u ontvangst met koffie
13.30u verwelkoming door prof. Michaël Opgenhaffen
13.35u inleiding “Het nieuws anders bekeken” door prof. Baldwin Van Gorp
13.55u Nathalie Carpentier (DS Weekblad, De Correspondent) over de mogelijkheden van het beeldverhaal als journalistiek genre (gevolgd door Q&A)
14.35u koffiepauze
14.55u Annelies Van Herck (nieuwsanker Het Journaal) over de kunst van het maken van presentatieteksten voor een tv-journaal (gevolgd door een opdracht voor het publiek: schrijf zelf een presentatietekst voor het journaal)
15.35u Burhan Özbilici (AP fotograaf) met het bijzondere verhaal achter zijn winnende fotoreeks World Press Photo 2017 (gevolgd door Q&A)
16.15u slotbedenkingen door prof. Baldwin Van Gorp
16.30u afsluitende receptie met een hapje en een drankje
Inschrijven (15 euro zonder boek / 39,99 euro met boek) kan via deze link.

Verdraaid! Het boek is er…

Ik had er al heel lang naar uitgekeken, en toch nog was het een verrassing toen een koerier aanbelde met een aantal grote dozen. Mijn boek is er! 359 bladzijden telt het uiteindelijk. En ik had nog niet het gevoel uitverteld te zijn. Maar voorlopig moet dit volstaan. Het boek is via alle gekende kanalen (bol.com, Standaard Boekhandel …) leverbaar en bestelbaar.

Gaandeweg verneemt de lezer het antwoord op prangende vragen zoals:
  • Waarom valt er voor een journalist van Kuifje maar weinig te leren?
  • Waarom hebben de tabloids een frisse wind doen waaien door het Britse medialandschap?
  • Wat is voor een journalist in oorlogsgebied het ergste: de gruwel zien of de gruwel voelen?
  • Waarom had de auteur het beter op een lopen gezet tijdens een interview met Radio 1-presentatrice Annemie Peeters?
  • Waarom was Deep Throat, de anonieme bron van Bob Woodward tijdens de Watergate-affaire, achteraf zo boos op de beroemde journalist?
  • Waarom moeten journalisten bewuster worden van hun eigen frames?
  • Was de Duitse undercoverjournalist Günter Wallraff de enige die zich voor Ali heeft uitgegeven of waren er meerdere Ali’s?
  • Waarom bleef Burhan Ozbilici, de winnaar van de World Press Photo 2017, maar verder fotograferen terwijl er voor zijn neus een moord was gepleegd?
  • Waarom gelooft iemand als Arnon Grunberg niet in objectieve journalistiek?
  • Waarom valt er toch ook iets goeds te zeggen over paparazzi en de roddelbladen?​

 

verdraaid_hetnieuwsandersbekeken

Verdraaid! Het nieuws anders bekeken is vanaf begin maart 2018 overal te koop

Op het programma de komende tijd:

  • 8 maart 2018: Het boek in primeur: “Wat is … framing?”, avondlezing in Kortrijk georganiseerd door het Postuniversitair Centrum (zie hier voor meer info)
  • 13 maart 2018: Workshop “Framing, de 12 brillen van armoede” in ’s Hertogenbosch (NL) in het kader van het ASH congres Expeditie 073
  • 14 maart 2018: Studiedag “Armoede in de klas”, georganiseerd door de ABN-AMRO stichting in Amsterdam (NL)
  • 26 maart 2018: gastles “Framing” aan de UGent in de cursus ‘Maatschappelijke structuren’, opleiding psychologie.

 

 

Verdraaid! Een nieuw boek op komst

Op 15 maart 2018 verschijnt Verdraaid! Het nieuws anders bekeken bij uitgever Pelckmans Pro. Daarin neem ik het op voor de zwaar bekritiseerde nieuwsmedia. Ik laat daarbij ook journalisten zelf aan het woord: Rudi Vranckx, Martine Tanghe, Robin Ramaekers, Frank Westerman, Nick Davies, Burhan Ozbilici (winnaar Word Press Photo 2017), Günter Wallraff, Bob Woodward, Carl Bernstein, Arnon Grunberg en vele anderen. Lees binnenkort dit rijk gestoffeerde en genuanceerd uitgewerkte verhaal waarin gaandeweg een aantal lastige discussies over objectiviteit, sensationalisme, kwaliteit, framing, nepnieuws, embedded journalistiek, de scheidingslijn tussen feiten en fictie enz. aan de orde komen.

In afwachting is mijn kinderboek Kaluna nog steeds verkrijgbaar. Wil je een gesigneerd exemplaar in huis? Dat gaat het makkelijkste door 15,50€ (incl. verpakking- en verzendkosten, voor Nederland en België) over te schrijven op rekeningnummer BE78124140240086 van uitgever Het Plan, Eekstraat 45, 9240 Zele, België (BIC BKCPBEB1BKB), met de mededeling “boek Kaluna” en de naam aan wie het exemplaar opgedragen mag worden.

Verdraaid

Wie de pyjama past trekke hem aan

In onderstaande figuur zijn enkele stereotiepe kenmerken van psychiatrische patiënten te zien. Deze hebben een pyjama aan (zie bijv. One flew over the cuckoo’s nest uit 1975 van Milos Forman), ze kijken scheel en wezenloos voor zich uit en houden de tong uit de mond. In stripverhalen geeft de krul boven het hoofd aan dat ze ‘doorgedraaid’ zijn (zie bijv. “Te gek om los te lopen” uit de reeks De Blauwbloezen van Lambil en Cauvin, 1991).

psychische_aandoeningen_fictie

De trechter op het hoofd moet het meest stereotiepe hoofddeksel van de dwaas zijn (bijv. Lucky Eddie uit Hägar the Horrible van Dik Browne en “De lijfwachten zijn knetter” uit 1975 in de reeks Sammy van Berck en Cauvin). De trechter wordt doorgaans als een symbool voor kennis gezien. Voor een dwaas is het ding mogelijk niet van nut, en fungeert het dan maar als hoofddeksel. De herkomst van de trechter als hoofddeksel van de gek is moeilijk te achterhalen. Maar deze gaat minstens terug tot de vijftiende eeuw. Jheronimus Bosch schilderde destijds immers een chirurgijn die een kei uit het hoofd van een dwaas haalde. In dit laatste voorbeeld is het echter de chirurgijn (of kwakzalver?) die de trechter op het hoofd heeft staan.

Verder zijn psychiatrische patiënten vrij passief, al kunnen ze af en toe een dansje opvoeren (zie bijv. “De blauwe lotus” uit de reeks Tintin van Hergé, 1936). In het geval dat ze potentieel gevaarlijk zijn, krijgen ze een dwangbuis aangetrokken, in extreme gevallen in combinatie met een mondmasker (zie bijv. The silence of the lambs uit 1991 van Jonathan Demme). Deze kenmerken zijn bovendien onbeperkt combineerbaar.

De figuur presenteert slechts enkele voorbeelden hoe erin de cultuur over personen met psychische aandoeningen gedacht wordt. Het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven deed in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, het Koning Fabiolafonds en het Fonds Julie Renson uitgebreid onderzoek naar de beeldvorming aangaande psychische aandoeningen. Het eindrapport is inmiddels (gratis) beschikbaar en bevat naast een overzicht van de bestaande frames ook een aantal alternatieve counterframes. Verder wordt er verslag uitgebracht van het gebruik van deze frames en counterframes in de Belgische pers, van een grootschalig experiment en van een interviewstudie bij professionals uit de sector voor geestelijke gezondheid. Food for thought.

 

Zonder frames, geen communicatie

Lisbeth Imbo, voormalig hoofdredacteur van De Morgen, typeerde het concept als “een sluipend gif”, N-VA politicus Bart De Wever vond een grap van de openbare omroep “framing om van te kotsen”, en zo zijn er heel wat voorbeelden te geven van hoe framing sinds enkele jaren ingang heeft gevonden in het publieke debat. Maar die invullig is niet bepaald fraai te noemen. VRT-journaliste Linda De Win stelde dat het de taak van journalisten is om de framing van politieke actoren bloot te leggen. Het zijn dus snode politici die zich van framing bedienen om het publiek een rad voor de ogen te draaien. Wat ze echter naliet erbij te vertellen, is dat ook journalisten volop gebruik maken van frames. Of beter: we maken allemaal volop gebruik van frames, want zonder frames zouden we elkaar simpelweg niet begrijpen. Geen communicatie zonder frames.

Framing is van oorsprong een academisch concept, en in de wetenschap verwijst het naar de gemeenschappelijke denkkaders van mensen om betekenis aan de werkelijkheid te geven. Ieder frame biedt een ander perspectief, of een andere bril waarmee er naar de werkelijkheid gekeken kan worden. En bij iedere kijk verandert ook de betekenis van die werkelijkheid. Bijvoorbeeld, vanuit het perspectief ‘afnemend nut’ vormen ouderen (hier: 65+) nog louter een kost omdat er geen baten meer zouden zijn. Investeren in ouderen zou dan niet duurzaam zijn. Het counterframe ‘zilveren goud’ doet precies het omgekeerde. Ouderen vertegenwoordigen een belangrijke economische meerwaarde, als (vaak) kapitaalkrachtige mensen met veel vrije tijd. Pas op latere leeftijd komen er mogelijk, maar niet noodzakelijk, de nodige medische en residentiële zorgen bij kijken, en die vertegenwoordigen natuurlijk ook een economische meerwaarde. En niet te vergeten, ouderen zorgen ook voor gratis opvang van de kleinkinderen, waardoor hun ouders zich meer kunnen focussen op hun job. Enzovoort.

Framing kan inderdaad zodanig worden ingezet dat het publiek voor de gek wordt gehouden. Maar minstens zo problematisch is dat er vaak geen aandacht is voor de eigen framing. Welke frames hanteert men zelf? Zelfs communicatieprofessionals laten het vaak na deze denkoefening te maken. Bewust zijn van de eigen frames en een gevoeligheid aankweken voor de frames van anderen zou de communicatie, en mogelijk ook de samenleving, vooruit kunnen helpen.

Dat framing ook ten goede kan worden ingezet, is onder meer te merken bij deze initiatieven:

  • Een lezing over framing op het Kortom-congres ‘Vitamine K’ op 21 november 2016 in het Vlaams Parlement in Brussel
  • Een lezing over de framing van kinderarmoede in het Welzijnshuis in Sint-Niklaas op 29 november 2016
  • Een lezing over framing als onderzoeksmethode tijdens een symposium over onderzoekstechnieken in journalism studies aan de Universiteit Leiden op 20 januari 2017
  • Twaalf kaartjes rond kinderarmoede van het tijdschrift Klasse die inzetbaar zijn in het onderwijs, inclusief een knappe interactieve tool en een Facebook-pagina
  • Februari 2017: een nieuw, uitgebreid rapport over de framing van psychische aandoeningen.
  • 11 mei 2017: in Brussel vindt een conferentie plaats met als thema Goed gek?! Anders spreken over geestelijke gezondheid. Meer informatie is te vinden op de site van de Koning Boudewijnstichting.
  • 25-29 mei 2017: in San Diego (V.S.) vindt de jaarlijkse conferentie van de International Communication Association plaats. Zoals steeds vinden er heel wat presentaties plaats over de meest recente ontwikkelingen rond het thema framing.

Armoede_AndersKijken

Illustratie van Laura Janssens bij het initiatief van Klasse om het bewustzijn rond kinderarmoede in het onderwijs te vergroten