Categorie archief: woord

Over Trump en de trombone van Tom Boonen

LILI is het Leuvense interdisciplinaire taleninstituut dat gisteren (13/11/2025) een druk bijgewoond ‘impact event’ heeft georganiseerd in Leuven. Topacteur Matteo Simoni werd uitgebreid geïnterviewd over hoe hij met talen en dialecten speelt in zijn acteerwerk. Briljant!

Het interdisciplinaire karakter van het onderzoeksinstituut kwam daarna nog meer aan bod, bij een aantal ‘lightning talks’. Ik had de absolute eer om er zo eentje te mogen verzorgen. Het onderwerp werd me aangereikt door de initiatiefnemers: “Hoe versla je Trump in zijn eigen taalspel?”

Na afloop werd het opnieuw duidelijk wat het voordeel is van de interdisciplinaire samenstelling van LILI. Het zit namelijk zo. Tijdens mijn ‘act’ had ik last van een droge mond. Speeksel blijkt echter nodig om een mooie rollende ‘r’ te vormen ((alveolair, zo begreep ik). Dat lukte niet. Daardoor werd mijn aankondiging dat ik de typische zangerige manier van spreken van Trump zou illustreren door een trombone na te doen, begrepen als een poging om Trump te imiteren zoals Tom Boonen dat zou doen… Na mijn ingestudeerd getoeter kwam er geen reactie uit de zaal en dat was heel bevreemdend. Er schoot van alles door mijn hoofd, bijvoorbeeld dat mijn grap waarbij ik het publiek op z’n Trumps had geschoffeerd in het verkeerde keelgat was geschoten.

Hieronder mijn hele voorbereiding (inclusief eigen cartoon), voorzien van alle bronverwijzingen naar de literatuur die ik heb geraadpleegd. Dus oordeel vooral zelf.

Intro: Trump heeft zijn moeder aan de lijn

Komt op als Trump (blauw pak, rode pet, rode das). Vuisten, dansmoves. “What a huge hellhole! Fantastic! Incredible!”

(gsm gaat). Maant het publiek aan tot stilte. “Sorry, telefoon.”

“Ja? Mama …”

“Uw grasmaaier? Die breng ik zaterdag terug mee. Je weet, ik zit in een grote verbouwing. Het gras afrijden is er nog niet van gekomen.”

“Maar … Nee, ik zit midden in een lezing. Een lezing in Leuven. In Leuven.”

“Nee, nee. Zo belangrijk is die niet. Het is hier toch maar een derderangs publiek. Het is maar voor LILI. Ja, dat is áltijd voor een derderangs publiek.”

“Ja, ik heb mijn goede schoenen aan. Die goede ja, met dat hakske.”

“Mama, ik ga u moeten laten…”

“Nee, dat doe ik dan wel met mijn zitmaaier.”

(gaat aan spreekgestoelte staan)

Sorry voor die onderbreking.

Mijn vrouw zei deze ochtend nog: “Je MOET dit niet doen, hé, je kunt ook gewoon je lezing houden…”

Ze zei trouwens nog iets anders … Wat was dat ook alweer? A ja, dat ik mijn pet moest afzetten.

Met mijn intro heb ik wel wat willen aantonen … Om te beginnen: hoe valt President Trumps spreekstijl te typeren (Wang & Liu, 2018)?

Hij gebruikt korte woorden en korte zinnen. Hij herhaalt ook stukken zin. Zijn vocabularium is beperkter dan dat van de vorige presidenten en presidentskandidaten (Gill et al., 2025).

[noot: in sommige debatten en speeches was zijn vocabularium soms opvallend uitgebreider. Waarschijnlijk omdat die zijn voorbereid door speechschrijvers].  

Conclusie: Trump praat eigenlijk zoals een kind van 10, 11 jaar.

Maar: hij dat wel begrijpbaar, en in spreektaal. Daardoor komt-ie authentiek over, en dat is een pluspunt (Kreis, 2017).

Zijn taal heeft iets zangerigs (immiteert): In Springfield, they are eating the dogs, they are eating the cats, they are eating the pets of the people that live there…  

Op trombone klinkt dat dan als (toetert de tekst). (Echt, iemand heeft die uitspraak op muziek gezet.)

Verder: Trumps taal is direct en provocerend (Omar, 2025). Dat hebben jullie bij mijn intro ook kunnen merken. Sorry daarvoor trouwens. Hij zei het tegen een journaliste tijdens een persconferentie: “Dat begrijp jij niet, want je bent een derderangs journalist, altijd al geweest.”

En net omdat hij de president is – zoals ik hier ook vooraan sta – kun je niet zo makkelijk reageren op die onbeschofte uitspraken. Hij is immers De President.

En dan de thema’s die Trump aansnijdt. Dat zijn er minder dan bij andere presidenten en presidentskandidaten. (somt op) Immigratie, veiligheid, jobs, buitenlands beleid, dat is het zowat (Wang & Liu, 2018).

Het is een beperkt aantal thema’s, met de idee dat de in-group, de échte Amerikanen, het slachtoffer zijn van het beleid op die terreinen van zijn voorgangers (Kadim, 2022). Terwijl zijn oplossingen bedrieglijk eenvoudig zijn.

Hij doet dat bovendien vanuit een wij-zij-denken (Altohami, 2024; Kreis, 2017). Heel opvallend: Trump is uiterst positief over de in-group en zichzelf, en uiterst negatief over de out-group, met een sterke stereotypering en categorisering. Trump is daarbij de bezorgde vader.

Wij, de pure Amerikanen, een homogene groep, waarmee hij zich vereenzelvigt, die hij vertegenwoordigt, versus de anderen. Je kent ze wel: sleepy Joe Biden en crooked Hillary Clinton. Tot die anderen behoren ook: Zwarte Amerikanen, Moslims en vooral illegale immigranten…

Tot voor kort behoorde men in het Amerikaans te spreken over undocumented immigrants. Sinds Trump zijn dat weer illegal immigrants.

Vanavond gaat het over taal, en dan heb ik voor de andere kant ook een tip. Wie voor Trump er ook niet bij horen: LGBTQ+ mensen. Sorry, maar dat gaat Trump nooit kunnen onthouden. Het moet trouwens ook zijn: LGBTQIA+ [noot: staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, queer or questioning, intersex, asexual, en meer]. Moeilijk te onthouden, dus geen inclusief taalgebruik. ‘Non-binair’ is dan toch beter als term.

En dat in-group-out-group-denken is echt wel iets curieus: de in-group kijkt naar de out-group en als daarvan dan één iemand iets mispeutert, is dat meteen kenmerkend voor de hele groep (Van der Dennen, 1987). Terwijl als iemand van de in-group precies hetzelfde doet, is er dat besmettingseffect niet. De in-group blijft uit losse individuen bestaan.  

Waarom zou dat problematisch zijn?

Hoe Trump spreekt, debateert, hoe hij zich kleedt (hoewel, dat is wel herkenbaar: die rode das en pet, dan bén je Trump) … maar dat is niet-presidentieel (Ashcroft, 2016). Zodoende ondergraaft hij het instituut van het Amerikaanse presidentschap, want dat is geen persoon, maar een instituut, dat een belangrijk land in de wereld vertegenwoordigt. Daarvan zullen we nog lang de gevolgen mogen ondervinden.

Trump is bovendien de vertegenwoordiger van een administratie. Normaal hoor je uit de mond van de president de waarheid. Maar je kunt hem niet vertrouwen in wat hij zegt. Hij liegt om de haverklap. Als je daarop kritiek wilt leveren, moet je natuurlijk niet zélf beelden gaan monteren zoals de BBC heeft gedaan. Dat is erg dom.

Maar zoals ik al zei, omdat hij de President IS kun je er ook niet op gepaste wijze op reageren. Want daar kan hij niet tegen.

Hij wil dat je je kleedt (zie Zelenski) en hem aanspreekt zoals je de president van VS aanspreekt en er bij op audiëntie gaat. Het is dus altijd een ongelijk gesprek.

Waar komt dat allemaal vandaan?

De literatuur (Elovitz, 2016) geeft aan dat zijn jeugd daarbij waarschijnlijk een grote rol speelt. Zijn familiale roots liggen in Schotland en Duitsland. Zijn voorouders heetten Trumpf, zo’n beetje als Schtroumpf, Smurf. [noot: Schtroumpf is in feite een Frans woord; zou bedacht zijn door stripauteur André Franquin]

Deze Grote Smurf was als kind heel competitief gericht, had een korte aandacht spanne en deed altijd zijn goesting.

Hij voelde zich voortdurend onrechtvaardig behandeld. Dat klinkt bekend in de oren.

Er is onderzoek dat stelt dat Trump de kenmerken heeft van een narcist: schaamteloze zelfpromotie, zelfverheerlijking, ijdel (Ashcroft, 2016). Denk aan de cover van Time waarbij zijn kapsel niet goed zichtbaar was.

Hoe kan je met een narcist praten (Carlson & DesJardins, 2015; Lachkar, 2008)?

Ik las ergens over de “empathische confrontatie”, dat dat een middel is om door te dringen tot een narcist (Behary & Dieckmann, 2011). Je moet proberen een band op te bouwen met de narcist op basis van eerlijkheid en vertrouwen. Zeg dus hoe wat hij zegt bij je binnenkomt, toon dat je een persoon bent met gevoelens, en dat je hem wel respecteert, als president.

Als je iets wilt bereiken moet je hem het gevoel geven dat wat jij voorstelt een overwinning is voor en van hem.

Hij redeneert, zakenman zijnde, waarschijnlijk vanuit een zero-sum game: hij wil winnen, en zijn winst moet een verlies zijn voor iemand anders. Plus en min is nul. Maar winst maken moet niet per definitie ten koste gaan van anderen. Mogelijk kunnen we beiden winnen, de VS en Europa, bijvoorbeeld als het gaat over het conflict in Gaza. Win-win. Mogelijk heeft hij daar oren naar.

Psychiaters geven aan dat narcisten waarschijnlijk een kwetsbaarheid hebben die ze willen afschermen (Behary, 2021).

Ik kan me voorstellen dat Trump zich wel eens eenzaam voelt, zich schaamt omdat de intellectuele elite hem als dom neerzet…

Dat zou wel betekenen dat je moet oppassen met kritisch te zijn voor hem. Hem eerder bewonderen om zijn krachtdadig optreden, zoals Mark Rutte deed. En dan misschien op zoek gaan naar zijn gevoelens, zaken in zijn omgeving die hem na aan het hart liggen aanraken.

Mist hij zijn mama? Misschien. … Ik had haar daarnet nochtans nog aan de telefoon.

Maar goed. Misschien is Trump geen narcist. En ik ben geen psychiater.

En trouwens, Joe Biden is dan waarschijnlijk ook een narcist (Shriver, 2024). Hij wilde per se nog eens tegen Trump uitkomen, vanuit persoonlijke ambities, om te domineren en te controleren …

Hoe kan je met iemand radicaal rechts praten?

Wat wel vast staat, is dat Trump een populist is, en radicaal rechts (Lacatus, 2021; Mudde, 2022). Hij zet zich af, als vertegenwoordiger van de gewone mensen, tegen een corrupte elite. Hij behoort wel ook zelf tot die elite, maar door zijn rode pet zet hij er zich ook tegenover af.

Hij is vóór de democratie, maar wijst principes zoals de gelijkheid van minderheden, de persvrijheid en de strikte scheiding van machten af.

Door zijn taal en argumenten te legitimeren, is er nu al een effect zichtbaar op het politieke systeem en het waardensysteem dat we hanteren (Stuckey, 2020). We boeren met z’n allen achteruit. Klaarblijkelijk verworven rechten en vrijheden zijn alweer verdwenen.

Alle mensen zijn niet meer gelijk. Daar komt het op neer. Moslims en non-binaire personen bijvoorbeeld horen er voor Trump niet bij.

Dat discours voedt hij, en omdat hij het als dé president doet, wordt het gelegitimeerd. Dus ik zou Trump wel stroop aan de baard smeren, maar wat hij zegt, inhoudelijk, niet overnemen.

Je moet zelf presidentieel blijven. Dus dat wil al zeggen: pet op! (doet dat)

Dus ja …

Anders moeten wij met z’n allen zijn termijn gewoon uitzitten.

En hopen dat er beterschap op komst is.

Laat hem maar zijn ballroom bouwen. Dan heeft hij ook minder gras af te rijden ….

Dank u. (slot: filmpje van Trump op zijn grasmaaier)

Literatuur

Altohami, W. (2024). Self-Framing and Other-(Re) framing in Institutional Political Discourse: The Case of Donald Trump’s Final Speech Before the UN. Theory and Practice in Language Studies, 14(1), 202-211.

Ashcroft, A. (2016). Donald Trump: Narcissist, psychopath or representative of the people? Psychotherapy and Politics International, 14(3), 217-222.

Behary, W. T. (2021). Disarming the narcissist: Surviving and thriving with the self-absorbed. new harbinger publications.

Behary, W. T., & Dieckmann, E. (2011). Schema therapy for narcissism: The art of empathic confrontation, limit‐setting, and leverage. The handbook of narcissism and narcissistic personality disorder: Theoretical approaches, empirical findings, and treatments, 445-456.

Carlson, E. N., & DesJardins, N. M. L. (2015). Do mean guys always finish first or just say that they do? Narcissists’ awareness of their social status and popularity over time. Personality and Social Psychology Bulletin, 41(7), 901-917.

Elovitz, P. H. (2016). A psychobiographical and psycho-political comparison of Clinton and Trump. The Journal of Psychohistory, 44(2), 90.

Gill, A., Raza, S., & Ishtiaq, M. (2025). Corpus-based genre analysis of Donald Trump and Joe Biden’s inaugural speeches. Journal of Applied Linguistics and TESOL (JALT), 8(1), 813-826.

Kadim, E. N. (2022). A critical discourse analysis of Trump’s election campaign speeches. Heliyon, 8(4).

Kreis, R. (2017). The “tweet politics” of President Trump. Journal of language and politics, 16(4), 607-618.

Lacatus, C. (2021). Populism and President Trump’s approach to foreign policy: An analysis of tweets and rally speeches. Politics, 41(1), 31-47.

Lachkar, J. J. (2008). How to Talk to a Narcissist. Routledge.

Mudde, C. (2022). The far-right threat in the United States: A European perspective. The ANNALS of the American Academy of Political and Social Science, 699(1), 101-115.

Omar, T. (2025). Ridicule Strategies in Donald Trump’s 2024 Election Campaign Speeches: A Shift in Political Speech—A Discourse Analytical Study. The International Journal of Communication and Linguistic Studies, 23(4), 1.

Shriver, L. (2024). Is Biden or Trump a bigger threat to democracy? Spectator, 354(10207), 21-22.

Stuckey, M. E. (2020). “The power of the presidency to hurt”: The indecorous rhetoric of Donald J. Trump and the rhetorical norms of democracy. Presidential Studies Quarterly, 50(2), 366-391.

Van der Dennen, J. M. (1987). Ethnocentrism and in-group/out-group differentiation: A review and interpretation of the literature. The sociobiology of ethnocentrism, 1-47.

Wang, Y., & Liu, H. (2018). Is Trump always rambling like a fourth-grade student? An analysis of stylistic features of Donald Trump’s political discourse during the 2016 election. Discourse & Society, 29(3), 299-323.

Tom Waes, de kat met negen levens

Sven Pichal, Bart De Pauw, Eddy Snelders, Tom Waes … in de mediawereld tuimelden de afgelopen jaren wel wat vedetten van hun voetstuk. Iedere zaak is heel anders, maar allen pleegden ze strafbare feiten. Niemand verwacht dat Sven Pichal of Eddy Snelders nog ooit voor televisie zullen kunnen werken. Bart De Pauw werkt aan een rentrée via de theaterpodia, maar het is Tom Waes die het meest op clementie kan rekenen. Ik zie tien redenen waarom zijn zaak fundamenteel een ander verloop kent dan al die andere.

Tom Waes wéét dat als je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor een crisis je je niet moet presenteren als een slachtoffer
  1. In de samenleving is er een grote tolerantie voor alcoholmisbruik. Tom Waes voerde in zijn verdediging op 25 mei 2025 in De Afspraak (VRT) en op 26 mei in Eva (NPO) aan dat hij zich niets meer van het voorval herinnert, dus dat de alcohol het van hem had overgenomen. Dit gebrek aan zelfcontrole wordt hem schijnbaar vergeven.
  2. Tom Waes heeft grootmoedig zijn straf aanvaard en zegt zelf geen enkel excuus te willen aanbrengen. Als presentator Bart Schols in De Afspraak een voorzet doet om uit te halen naar ‘de media’, die elk van bovenstaande zaken breed hebben uitgesmeerd, dan gaat hij daar niet op in. “Dat hoort erbij”.
  3. Tom Waes wentelt zich uitdrukkelijk niet in een slachtofferrol, maar trekt het boetekleed aan. Als je zélf duidelijk verantwoordelijkheid draagt in een crisis, is dat iets wat je inderdaad niet moet doen: in een slachtofferrol kruipen.
  4. Tom Waes biedt uitgebreid zijn excuses aan, toont duidelijk empathie voor de man die in de botsabsorbeerder zat waar hij op inreed, én voor alle ouders van verongelukte kinderen. Zijn gedachten zijn bij hen, en niet bij zijn eigen leed.
  5. Tom Waes neemt overduidelijk maatregelen om te vermijden dat een gelijkaardig incident zich in de toekomst nog eens zou voordoen. Hij zegt dat hij tot op het moment van de tv-interviews nog geen alcohol heeft aangeraakt. Bovendien gaat hij niet in beroep tegen het vonnis en zegt hij nooit nog een druppel alcohol te drinken als hij met de wagen moet rijden. Hij is voor zichzelf dus nog strenger dan de wet voorschrijft.
  6. Tom Waes doet wat de theorieën rond crisiscommunicatie suggereren om te doen (d.w.z. mortification + corrective action + compensation). Uit de tv-interviews blijkt opvallend dat zijn reactie spontaan is ontstaan, en er geen management of consultant aan te pas is gekomen. Met de tv-interviewers zijn er vooraf geen vragen uitgewisseld. Hij komt inderdaad erg authentiek over. Het is geen ingestudeerd nummertje van een acteur.
  7. Het incident past tot op zekere hoogte bij het imago van de onkreukbare Tom Waes: hij rijdt zijn oldtimer Porsche in de prak, draagt daarbij geen gordel, waardoor het een wonder is dat hij enkele maanden later weer rondloopt alsof er niets gebeurd is. Ook in zijn tv-programma’s toonde hij al aan dat hij een kat met negen levens is. Dit roept eerder bewondering op dan afkeuring. Elke mythe bevat ook betekenisvolle incidenten.
  8. Tom Waes had vóór het ongeval een bijzonder sterke reputatie opgebouwd en die fungeerde als een schild toen het noodlot toesloeg. Niet alleen zijn auto, maar ook die reputatie hebben flinke averij opgelopen. Door zijn snelle en slimme respons zal zijn reputatie zich weer herstellen. Merk ook het taalgebruik op: als het noodloot toeslaat, is dat iets dat je lijkt te overkomen.
  9. Hij komt zonder kleerscheuren uit het ongeluk, en zoals het er nu naar uitziet ook zonder kleerscheuren uit zijn samenwerking met de VRT en NPO. Bij de VRT heeft hij één van de riantste exclusiviteitscontracten uit de televisiegeschiedenis. Hopelijk staat er een bepaling in dat bij ondertekening er onberispelijk gedrag wordt verwacht. Mogelijk verdient dat artikel in zijn exclusiviteitscontract een update, of volgen er toch nog financiële repercussies.  
  10. Een crisis kan enkel zinvol zijn als er iets positiefs uit voortvloeit. Dat voelt Tom Waes uitstekend aan, door aan te geven dat hij zich zal inzetten voor sensibiliseringscampagnes en er mogelijk nog een programma rond verkeersveiligheid zal volgen. Op die manier weet hij de betekenis van de crisis 180 graden te draaien, tot iets helend, voor hem en de hele samenleving. Een crisis kan dus een veranderingsproces op gang brengen.

Ik schreef deze opinie als opvolging van het interview dat Max De Moor van De Standaard met me afnam naar aanleiding van de excuses van Tom Waes. Ze is verschenen in De Standaard van 30 mei 2025.

Voordat de sneeuwbom valt

Ik zou het moeten onderzoeken, maar het klinkt wel als een plausibele hypothese: de nieuwsmedia zijn alarmistischer geworden. Dat nieuwsmedia alarmistisch zijn, klopt alvast, en daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste, nieuwsmedia hebben deels als functie om ons te helpen om de omgeving te scannen op mogelijke gevaren. Dat is dan een evolutionaire uitleg. Ten tweede, nieuwsmedia focussen op het negatieve, en dan heeft een alarmistisch verhaal meer kans om de nieuwsdrempel te halen dan het verhaal dat laat weten ‘hier is alles oké’.  

De vraag is natuurlijk of het nu erger is dan vroeger. Ik denk het wel. Dat heeft te maken met een reeks gebeurtenissen die we niet of moeilijk konden voorspellen pakweg tien jaar geleden: er zijn de terroristische aanslagen in 2016, corona, de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne en het conflict in Gaza. Je kunt niet zeggen: er kan ons niets overkomen.  

Er is onderzoek dat bijvoorbeeld heeft aangetoond dat na de zaak Dutroux nieuws dat ging over de verdwijning van kinderen makkelijker het nieuws haalde, dan ervoor. Net zo zal nieuws over een mogelijk nieuw virus of een nieuwe terreurdreiging momenteel makkelijker en prominenter in het nieuws komen.  

Verder is er het bijzondere gegeven dat zowel links als rechts een thema hebben dat ze zo dreigend mogelijk willen voorstellen: bij links is dat de klimaatopwarming en bij rechts migratie. Je mag niet vergeten dat er méér organisaties, politici, wetenschappers, industrietakken, belangengroepen en actiegroepen zijn dan journalisten. Die willen allemaal met hun verhaal in het nieuws komen. Hoe doe je dat, hengelen naar nieuwsaandacht? Door je verhaal zo sterk mogelijk aan te zetten. Maak er dus een sneeuwbom van dan is iedereen wakker. 

Wie bedenkt ook zo’n term als ‘sneeuwbom’? Ik veronderstel dat het een reëel weerfenomeen is, zoiets als een extreme sneeuwstorm. Maar het klinkt beter; lees: ik trek er sneller de aandacht mee. Ik heb onderzoek gedaan naar het nieuws rond ouderen en rond dementie, en ook daar zie je dat belangengroepen graag spreken over een ‘vergrijzingstsunami’ of ‘dementietsunami’, met de bedoeling om, bijvoorbeeld, wat schaarse middelen vanuit onder meer kankeronderzoek weg te trekken. 

Een belangrijke factor om eveneens te verklaren waarom de nieuwsmedia nu alarmistischer zijn dan vroeger is de komst van onlinewebsites en sociale media. Vroeger hadden redacties de tijd om uit te zoeken of er werkelijk iets ernstigs aan de hand was met een aangeleverd verhaal. Nu brengen ze het toch al maar vast online – dan zijn we tenminste eerst, en een alarmistisch verhaal levert allicht wat clicks op – daarna kunnen we het toch nog rechtzetten. Je hebt tegenwoordig heel wat verhalen die eerdere verhalen afzwakken: “dan toch geen sneeuwbom”. In dit geval ging er trouwens op een bepaald helemaal geen sneeuw meer vallen. Geen probleem, we zetten dat later wel weer recht.  

Onder meer verzekeraars en politici in verkiezingstijd brengen de boodschap dat het mogelijk is om risico’s op te vangen. De toekomst is uiteraard onzeker. Een leven zonder risico’s bestaat niet. Enige alertheid is nodig, en er zijn risico’s waar we beter op voorbereid zijn. Maar iedereen heeft er baat bij om risico’s beter te leren inschatten en, in een groot aantal gevallen, om risico’s te aanvaarden, en te zeggen: “we zien wel”.  

Deze tekst is gebaseerd op een gesprek dat ik had met Sofie Lemaire op 24 januari 2024, in haar programma De Wereld van Sofie. Het gesprek is te herbeluisteren op de site van Radio 1

Studiedag “Het nieuws anders bekeken”

Affiche_Verdraaid_JPEG

“Subjectiviteit, sensatie en roddel lijken termen die specifiek voorbehouden zijn om de nieuwsmedia van vandaag te typeren. Het is zelfs overbodig toe te lichten wat men met die aanduidingen precies bedoelt. (…) Nieuwsmedia slagen er nauwelijks in om die slechte naam van zich af te schudden.”

Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen. Om uw blik op de journalistieke wereld te verruimen organiseren het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven en de opleiding Master in de Journalistiek, campus Sint-Andries Antwerpen, op 20 april 2018 een studiedag naar aanleiding van het zopas verschenen boek “Verdraaid! Het nieuws anders bekeken”. Deze studiedag wil de dialoog tussen de ‘theorie’ en de ‘praktijk’ rond nieuws en journalistiek verder stimuleren door in een academische setting een aantal journalisten aan het woord te laten, om vervolgens met hen in gesprek te gaan. Naast ikzelf komen een aantal journalisten aan het woord. Zo is er Nathalie Carpentier die onlangs grote indruk maakte met een nieuw genre, namelijk journalistieke beeldverhalen. Voor De Correspondent en De Standaard Weekblad maakt ze grafische reportages over onder meer dementie en psychische aandoeningen. Zij komt vertellen hoe deze vorm van journalistiek het mogelijk maakt om over bijzonder gevoelige thema’s verslag uit te brengen. Verder komt Annelies Van Herck, nieuwanker bij Het journaal van de VRT aan het woord. Zij licht toe hoe een presentatietekst voor een tv-journaal tot stand komt, hoe ieder woord perfect gekozen moet zijn. Van een nieuwslezer verwacht de kijker immers dat die een neutraal woordgebruik hanteert, dat echter tegelijk ook aansprekend en begrijpelijk moet zijn. De buitenlandse gast op het programma is AP-fotograaf Burhan Özbilici. Hij won in 2017 de prestigieuze World Press Photo-competitie met een beklijvende foto van de moord op de Russische ambassadeur Andrej Karlov in Ankara. Hij zal vertellen hoe hij die bewuste dag ‘gewoon’ zijn werk deed, en helemaal niet de held aan het uithangen was toen hij met gevaar voor eigen leven de moordenaar en zijn slachtoffer vastlegde. Het publiek krijgt de gelegenheid om de sprekers vragen te stellen, om een ander en genuanceerder beeld te krijgen van de hedendaagse journalistiek en van de uitdagingen waarmee journalisten te maken krijgen.

Het volledige programma:

13u ontvangst met koffie
13.30u verwelkoming door prof. Michaël Opgenhaffen
13.35u inleiding “Het nieuws anders bekeken” door prof. Baldwin Van Gorp
13.55u Nathalie Carpentier (DS Weekblad, De Correspondent) over de mogelijkheden van het beeldverhaal als journalistiek genre (gevolgd door Q&A)
14.35u koffiepauze
14.55u Annelies Van Herck (nieuwsanker Het Journaal) over de kunst van het maken van presentatieteksten voor een tv-journaal (gevolgd door een opdracht voor het publiek: schrijf zelf een presentatietekst voor het journaal)
15.35u Burhan Özbilici (AP fotograaf) met het bijzondere verhaal achter zijn winnende fotoreeks World Press Photo 2017 (gevolgd door Q&A)
16.15u slotbedenkingen door prof. Baldwin Van Gorp
16.30u afsluitende receptie met een hapje en een drankje
Inschrijven (15 euro zonder boek / 39,99 euro met boek) kan via deze link.

Zonder frames, geen communicatie

Lisbeth Imbo, voormalig hoofdredacteur van De Morgen, typeerde het concept als “een sluipend gif”, N-VA politicus Bart De Wever vond een grap van de openbare omroep “framing om van te kotsen”, en zo zijn er heel wat voorbeelden te geven van hoe framing sinds enkele jaren ingang heeft gevonden in het publieke debat. Maar die invullig is niet bepaald fraai te noemen. VRT-journaliste Linda De Win stelde dat het de taak van journalisten is om de framing van politieke actoren bloot te leggen. Het zijn dus snode politici die zich van framing bedienen om het publiek een rad voor de ogen te draaien. Wat ze echter naliet erbij te vertellen, is dat ook journalisten volop gebruik maken van frames. Of beter: we maken allemaal volop gebruik van frames, want zonder frames zouden we elkaar simpelweg niet begrijpen. Geen communicatie zonder frames.

Framing is van oorsprong een academisch concept, en in de wetenschap verwijst het naar de gemeenschappelijke denkkaders van mensen om betekenis aan de werkelijkheid te geven. Ieder frame biedt een ander perspectief, of een andere bril waarmee er naar de werkelijkheid gekeken kan worden. En bij iedere kijk verandert ook de betekenis van die werkelijkheid. Bijvoorbeeld, vanuit het perspectief ‘afnemend nut’ vormen ouderen (hier: 65+) nog louter een kost omdat er geen baten meer zouden zijn. Investeren in ouderen zou dan niet duurzaam zijn. Het counterframe ‘zilveren goud’ doet precies het omgekeerde. Ouderen vertegenwoordigen een belangrijke economische meerwaarde, als (vaak) kapitaalkrachtige mensen met veel vrije tijd. Pas op latere leeftijd komen er mogelijk, maar niet noodzakelijk, de nodige medische en residentiële zorgen bij kijken, en die vertegenwoordigen natuurlijk ook een economische meerwaarde. En niet te vergeten, ouderen zorgen ook voor gratis opvang van de kleinkinderen, waardoor hun ouders zich meer kunnen focussen op hun job. Enzovoort.

Framing kan inderdaad zodanig worden ingezet dat het publiek voor de gek wordt gehouden. Maar minstens zo problematisch is dat er vaak geen aandacht is voor de eigen framing. Welke frames hanteert men zelf? Zelfs communicatieprofessionals laten het vaak na deze denkoefening te maken. Bewust zijn van de eigen frames en een gevoeligheid aankweken voor de frames van anderen zou de communicatie, en mogelijk ook de samenleving, vooruit kunnen helpen.

Dat framing ook ten goede kan worden ingezet, is onder meer te merken bij deze initiatieven:

  • Een lezing over framing op het Kortom-congres ‘Vitamine K’ op 21 november 2016 in het Vlaams Parlement in Brussel
  • Een lezing over de framing van kinderarmoede in het Welzijnshuis in Sint-Niklaas op 29 november 2016
  • Een lezing over framing als onderzoeksmethode tijdens een symposium over onderzoekstechnieken in journalism studies aan de Universiteit Leiden op 20 januari 2017
  • Twaalf kaartjes rond kinderarmoede van het tijdschrift Klasse die inzetbaar zijn in het onderwijs, inclusief een knappe interactieve tool en een Facebook-pagina
  • Februari 2017: een nieuw, uitgebreid rapport over de framing van psychische aandoeningen.
  • 11 mei 2017: in Brussel vindt een conferentie plaats met als thema Goed gek?! Anders spreken over geestelijke gezondheid. Meer informatie is te vinden op de site van de Koning Boudewijnstichting.
  • 25-29 mei 2017: in San Diego (V.S.) vindt de jaarlijkse conferentie van de International Communication Association plaats. Zoals steeds vinden er heel wat presentaties plaats over de meest recente ontwikkelingen rond het thema framing.

Armoede_AndersKijken

Illustratie van Laura Janssens bij het initiatief van Klasse om het bewustzijn rond kinderarmoede in het onderwijs te vergroten

 

Het meisje dat kleiner groeit

signeren_deknipoog.jpg

Ik had me nochtans goed voorbereid en een hele reeks tekeningen verzameld, probeersels en prenten die het boek uiteindelijk gehaald hebben, om uit te leggen hoe “Kaluna” tot stand was gekomen. School De Knipoog uit Rijmenam had een plekje voor me gereserveerd op haar jaarlijkse boekenbeurs in het kader van de Week van de Jeugdliteratuur. Alle klassen kwamen langs en ik mocht mijn verhaal doen.

De kinderen waren niet echt geïnteresseerd om te horen hoe zo’n boek gemaakt wordt, maar wat ze wel wilden weten: “Is dat allemaal écht gebeurd, meneer?” Want, ja, Floris kennen ze, en ze wisten dat zijn zusje Kaluna heet. En de padden in de Bleukstraat konden ze ook situeren vlakbij de school nu men er voorbereidingen heeft getroffen voor de paddentrek. En jawel, een reiger hadden de kinderen al eens over het schoolplein weten vliegen… Het zou dus allemaal wel eens echtig echt gebeurd kunnen zijn!

Hét meest overtuigende argument was dat er een artikel over in de krant had gestaan. “Staat daar ergens in dat Kaluna maar 12,5 centimeter groot is?” vroeg een meisje terwijl ze het stuk begon te lezen. Ja, dat stond erin, zwart op wit. Jeetje. “Maar op de foto is Kaluna als baby toch al groter dan 12,5 centimeter?” merkte een andere slimmerd op. “Ja, maar Kaluna wordt niet groter als ze groeit, maar ze krimpt,” was het antwoord. “Ze groeit kleiner!” zei er iemand. Een jongen uit de zesde klas concludeerde: “Kaluna is dus een non-fictie boek?” Klopt! Bijna alle boeken op de boekenbeurs behoorden bij de fictie, maar op mijn tafeltje, ja, dat was  de afdeling non-fictie…

Tatatarata: Hier is “Kaluna” (x2)

Papa_leest_voorW

Papa leest voor (foto: Jasmijn Van Gorp)k

Op 17 september, 25 over 2 op de klok, kwam mijn dochtertje Kaluna ter wereld. Om Kaluna in ons gezinnetje welkom te heten, heb ik in de voorbije vakantie tegen de deadline (die er eigenlijk geen was; geboortes zijn doorgaans niet te plannen) een kinderboek klaargestoomd, inclusief eigen illustraties. Het verhaal had ik enkele jaren geleden al grotendeels op papier gezet, gelukkig maar, want een zomervakantie voor een prof is korter dan doorgaans gedacht.

Het boek (ISBN 9789082421309) is uitgegeven door Het Plan, Zele, in hardcover en telt 112 gebonden pagina’s. Het is een spannend verhaal geworden over een klein meisje (Kaluna dus) dat amper 12,5 cm groot is. Zo past ze perfect in de binnenzak van Floris (in het werkelijke leven Kaluna’s oudere broertje). Maar op een dag nemen dieven haar mee. Ze laten haar achter in de middenberm van de snelweg. Dan begint de lange weg terug naar huis. Het boek is geschikt om voor te lezen of om zelf te lezen door kinderen vanaf acht jaar. Volwassenen zullen zeker ook de nodige lol aan het verhaal beleven.

Weetje: de naam Kaluna is afgeleid van de Latijnse naam voor heide (Calluna), die – geheel toevallig – net nu volop in bloei staat. De unieke naam werd bedacht door mijn pa zaliger, Louis Van Gorp. Ik heb drie zussen, Viola, Marjolijn en Jasmijn, maar er was nog een vierde naam in de running, wist hij me ooit te vertellen. En die naam heb ik altijd onthouden.

Voor wie zin heeft om alvast beginnen te lezen, is hier het eerste hoofdstuk:

Fragment_Kaluna

Een recensie van het boek is verschenen op de blog Leven in Leuven.

Enkele verdere, losse reacties op het boek:

  • Van een boekliefhebber: “boek gelezen en goedgekeurd. Heel onderhoudend, spannend en tof. Soms zelfs een beetje akelig. Mooi sprookje.”
  • Van een boekenhandelaar: “Om mijn eerlijke mening (ongevraagd!) te geven : de omslag van het boek sprak me niet zo aan, maar ik begon het te lezen en heb mijn Erik Vlaeminck opzij gelegd (als dat geen compliment is!). Ik vind het een heel leuk verhaal, mooi in opbouw en met een fijne moraal ook.”
  • Van een moeder met een zoontje van 8 (= de doelgroep): “Hannes en ik hebben er samen al in gelezen en hij heeft met momenten hard gelachen. De eerste keer al in het begin met de ‘kans dat de bliksem inslaat is 1 op 3 miljard’ en dan bij 3 slaat hij al in… Dat vond Hannes supergrappig!”
  • Van een oma (nb: uitroeptekens staan ook in de originele e-mail): “Als je er aan begint , dan wil je direct het einde van het verhaal kennen, je kent dat wel hé zoals een spannend verhalenboek! Het is een mooi en goed verhaal, veel fantasie! Aangenaam om te lezen , en ook om (in stukjes) voor te lezen! Echt ik heb ervan genoten, goed geschreven , ttz aangenaam om te lezen! Het is eigenlijk een open einde , er mag dus een vervolg komen!”

Het boek is momenteel nog verkrijgbaar voor de introductieprijs van 12,95€ :

Kaluna op De Boekenbeurs

Kaluna op De Boekenbeurs in Antwerpen, november 2015

  • In de gespecialiseerde kinderboekenwinkels Pardoes in Mechelen, De Kleine Johannes in Leuven en I*BOEKS in Gent (Ledeberg).
  • In boekwinkel De Kleine Prins in Antwerpen (Borgerhout).
  • Via de webkinderboekenwinkel Boefjes en Prinsessen.
  • Via de Standaard Boekhandels, ook online.
  • Rechtstreeks bij de uitgever (Het Plan, Eekstraat 45 in Zele) of bij de auteur (gebruik daarvoor onderstaand contactformulier).
  • Er zijn ook afhaalpunten in Arendonk, Scherpenheuvel-Zichem, Mol, Waregem én Amsterdam.
  • Per post door overschrijving van 15,50€ (incl. verpakking- en verzendkosten, voor Nederland en België) op rekeningnummer BE78124140240086 van Het Plan, Eekstraat 45, 9240 Zele, België (BIC BKCPBEB1BKB), met de mededeling “boek Kaluna”. Wie het aangekochte exemplaar graag meteen met een opdracht en tekeningetje ontvangt, kan dit via het contactformulier onder deze pagina doorgeven aan de auteur.

NB: Nederlandse kopers moeten wat langer geduld hebben, omdat het boek in Nederland de bus opgaat (nb: verzending vanuit België zou meteen 12,60 euro kosten, vandaar).

Het boek

Het boek “Kaluna”

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Welkom op mijn persoonlijke webpagina

Het woord, het beeld en het frame. Via deze website deel ik graag mijn passie voor het geschreven woord, voor fotografische beelden en het concept framing.

Als het even kan, presenteer ik alleen maar woorden, beelden en inzichten rond framing van eigen makelij. (Zo heb ik de foto van de leeuw die verwerkt zit in de banner zelf in Afrika geschoten; het brave dier heeft dat uiteraard overleefd.)

Onder de keuzes in het bovenstaande menu vindt de bezoeker voorlopig enkel nog maar een aantal ‘teasers’, in afwachting van meer…