Categorie archief: framing

Over Trump en de trombone van Tom Boonen

LILI is het Leuvense interdisciplinaire taleninstituut dat gisteren (13/11/2025) een druk bijgewoond ‘impact event’ heeft georganiseerd in Leuven. Topacteur Matteo Simoni werd uitgebreid geïnterviewd over hoe hij met talen en dialecten speelt in zijn acteerwerk. Briljant!

Het interdisciplinaire karakter van het onderzoeksinstituut kwam daarna nog meer aan bod, bij een aantal ‘lightning talks’. Ik had de absolute eer om er zo eentje te mogen verzorgen. Het onderwerp werd me aangereikt door de initiatiefnemers: “Hoe versla je Trump in zijn eigen taalspel?”

Na afloop werd het opnieuw duidelijk wat het voordeel is van de interdisciplinaire samenstelling van LILI. Het zit namelijk zo. Tijdens mijn ‘act’ had ik last van een droge mond. Speeksel blijkt echter nodig om een mooie rollende ‘r’ te vormen ((alveolair, zo begreep ik). Dat lukte niet. Daardoor werd mijn aankondiging dat ik de typische zangerige manier van spreken van Trump zou illustreren door een trombone na te doen, begrepen als een poging om Trump te imiteren zoals Tom Boonen dat zou doen… Na mijn ingestudeerd getoeter kwam er geen reactie uit de zaal en dat was heel bevreemdend. Er schoot van alles door mijn hoofd, bijvoorbeeld dat mijn grap waarbij ik het publiek op z’n Trumps had geschoffeerd in het verkeerde keelgat was geschoten.

Hieronder mijn hele voorbereiding (inclusief eigen cartoon), voorzien van alle bronverwijzingen naar de literatuur die ik heb geraadpleegd. Dus oordeel vooral zelf.

Intro: Trump heeft zijn moeder aan de lijn

Komt op als Trump (blauw pak, rode pet, rode das). Vuisten, dansmoves. “What a huge hellhole! Fantastic! Incredible!”

(gsm gaat). Maant het publiek aan tot stilte. “Sorry, telefoon.”

“Ja? Mama …”

“Uw grasmaaier? Die breng ik zaterdag terug mee. Je weet, ik zit in een grote verbouwing. Het gras afrijden is er nog niet van gekomen.”

“Maar … Nee, ik zit midden in een lezing. Een lezing in Leuven. In Leuven.”

“Nee, nee. Zo belangrijk is die niet. Het is hier toch maar een derderangs publiek. Het is maar voor LILI. Ja, dat is áltijd voor een derderangs publiek.”

“Ja, ik heb mijn goede schoenen aan. Die goede ja, met dat hakske.”

“Mama, ik ga u moeten laten…”

“Nee, dat doe ik dan wel met mijn zitmaaier.”

(gaat aan spreekgestoelte staan)

Sorry voor die onderbreking.

Mijn vrouw zei deze ochtend nog: “Je MOET dit niet doen, hé, je kunt ook gewoon je lezing houden…”

Ze zei trouwens nog iets anders … Wat was dat ook alweer? A ja, dat ik mijn pet moest afzetten.

Met mijn intro heb ik wel wat willen aantonen … Om te beginnen: hoe valt President Trumps spreekstijl te typeren (Wang & Liu, 2018)?

Hij gebruikt korte woorden en korte zinnen. Hij herhaalt ook stukken zin. Zijn vocabularium is beperkter dan dat van de vorige presidenten en presidentskandidaten (Gill et al., 2025).

[noot: in sommige debatten en speeches was zijn vocabularium soms opvallend uitgebreider. Waarschijnlijk omdat die zijn voorbereid door speechschrijvers].  

Conclusie: Trump praat eigenlijk zoals een kind van 10, 11 jaar.

Maar: hij dat wel begrijpbaar, en in spreektaal. Daardoor komt-ie authentiek over, en dat is een pluspunt (Kreis, 2017).

Zijn taal heeft iets zangerigs (immiteert): In Springfield, they are eating the dogs, they are eating the cats, they are eating the pets of the people that live there…  

Op trombone klinkt dat dan als (toetert de tekst). (Echt, iemand heeft die uitspraak op muziek gezet.)

Verder: Trumps taal is direct en provocerend (Omar, 2025). Dat hebben jullie bij mijn intro ook kunnen merken. Sorry daarvoor trouwens. Hij zei het tegen een journaliste tijdens een persconferentie: “Dat begrijp jij niet, want je bent een derderangs journalist, altijd al geweest.”

En net omdat hij de president is – zoals ik hier ook vooraan sta – kun je niet zo makkelijk reageren op die onbeschofte uitspraken. Hij is immers De President.

En dan de thema’s die Trump aansnijdt. Dat zijn er minder dan bij andere presidenten en presidentskandidaten. (somt op) Immigratie, veiligheid, jobs, buitenlands beleid, dat is het zowat (Wang & Liu, 2018).

Het is een beperkt aantal thema’s, met de idee dat de in-group, de échte Amerikanen, het slachtoffer zijn van het beleid op die terreinen van zijn voorgangers (Kadim, 2022). Terwijl zijn oplossingen bedrieglijk eenvoudig zijn.

Hij doet dat bovendien vanuit een wij-zij-denken (Altohami, 2024; Kreis, 2017). Heel opvallend: Trump is uiterst positief over de in-group en zichzelf, en uiterst negatief over de out-group, met een sterke stereotypering en categorisering. Trump is daarbij de bezorgde vader.

Wij, de pure Amerikanen, een homogene groep, waarmee hij zich vereenzelvigt, die hij vertegenwoordigt, versus de anderen. Je kent ze wel: sleepy Joe Biden en crooked Hillary Clinton. Tot die anderen behoren ook: Zwarte Amerikanen, Moslims en vooral illegale immigranten…

Tot voor kort behoorde men in het Amerikaans te spreken over undocumented immigrants. Sinds Trump zijn dat weer illegal immigrants.

Vanavond gaat het over taal, en dan heb ik voor de andere kant ook een tip. Wie voor Trump er ook niet bij horen: LGBTQ+ mensen. Sorry, maar dat gaat Trump nooit kunnen onthouden. Het moet trouwens ook zijn: LGBTQIA+ [noot: staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, queer or questioning, intersex, asexual, en meer]. Moeilijk te onthouden, dus geen inclusief taalgebruik. ‘Non-binair’ is dan toch beter als term.

En dat in-group-out-group-denken is echt wel iets curieus: de in-group kijkt naar de out-group en als daarvan dan één iemand iets mispeutert, is dat meteen kenmerkend voor de hele groep (Van der Dennen, 1987). Terwijl als iemand van de in-group precies hetzelfde doet, is er dat besmettingseffect niet. De in-group blijft uit losse individuen bestaan.  

Waarom zou dat problematisch zijn?

Hoe Trump spreekt, debateert, hoe hij zich kleedt (hoewel, dat is wel herkenbaar: die rode das en pet, dan bén je Trump) … maar dat is niet-presidentieel (Ashcroft, 2016). Zodoende ondergraaft hij het instituut van het Amerikaanse presidentschap, want dat is geen persoon, maar een instituut, dat een belangrijk land in de wereld vertegenwoordigt. Daarvan zullen we nog lang de gevolgen mogen ondervinden.

Trump is bovendien de vertegenwoordiger van een administratie. Normaal hoor je uit de mond van de president de waarheid. Maar je kunt hem niet vertrouwen in wat hij zegt. Hij liegt om de haverklap. Als je daarop kritiek wilt leveren, moet je natuurlijk niet zélf beelden gaan monteren zoals de BBC heeft gedaan. Dat is erg dom.

Maar zoals ik al zei, omdat hij de President IS kun je er ook niet op gepaste wijze op reageren. Want daar kan hij niet tegen.

Hij wil dat je je kleedt (zie Zelenski) en hem aanspreekt zoals je de president van VS aanspreekt en er bij op audiëntie gaat. Het is dus altijd een ongelijk gesprek.

Waar komt dat allemaal vandaan?

De literatuur (Elovitz, 2016) geeft aan dat zijn jeugd daarbij waarschijnlijk een grote rol speelt. Zijn familiale roots liggen in Schotland en Duitsland. Zijn voorouders heetten Trumpf, zo’n beetje als Schtroumpf, Smurf. [noot: Schtroumpf is in feite een Frans woord; zou bedacht zijn door stripauteur André Franquin]

Deze Grote Smurf was als kind heel competitief gericht, had een korte aandacht spanne en deed altijd zijn goesting.

Hij voelde zich voortdurend onrechtvaardig behandeld. Dat klinkt bekend in de oren.

Er is onderzoek dat stelt dat Trump de kenmerken heeft van een narcist: schaamteloze zelfpromotie, zelfverheerlijking, ijdel (Ashcroft, 2016). Denk aan de cover van Time waarbij zijn kapsel niet goed zichtbaar was.

Hoe kan je met een narcist praten (Carlson & DesJardins, 2015; Lachkar, 2008)?

Ik las ergens over de “empathische confrontatie”, dat dat een middel is om door te dringen tot een narcist (Behary & Dieckmann, 2011). Je moet proberen een band op te bouwen met de narcist op basis van eerlijkheid en vertrouwen. Zeg dus hoe wat hij zegt bij je binnenkomt, toon dat je een persoon bent met gevoelens, en dat je hem wel respecteert, als president.

Als je iets wilt bereiken moet je hem het gevoel geven dat wat jij voorstelt een overwinning is voor en van hem.

Hij redeneert, zakenman zijnde, waarschijnlijk vanuit een zero-sum game: hij wil winnen, en zijn winst moet een verlies zijn voor iemand anders. Plus en min is nul. Maar winst maken moet niet per definitie ten koste gaan van anderen. Mogelijk kunnen we beiden winnen, de VS en Europa, bijvoorbeeld als het gaat over het conflict in Gaza. Win-win. Mogelijk heeft hij daar oren naar.

Psychiaters geven aan dat narcisten waarschijnlijk een kwetsbaarheid hebben die ze willen afschermen (Behary, 2021).

Ik kan me voorstellen dat Trump zich wel eens eenzaam voelt, zich schaamt omdat de intellectuele elite hem als dom neerzet…

Dat zou wel betekenen dat je moet oppassen met kritisch te zijn voor hem. Hem eerder bewonderen om zijn krachtdadig optreden, zoals Mark Rutte deed. En dan misschien op zoek gaan naar zijn gevoelens, zaken in zijn omgeving die hem na aan het hart liggen aanraken.

Mist hij zijn mama? Misschien. … Ik had haar daarnet nochtans nog aan de telefoon.

Maar goed. Misschien is Trump geen narcist. En ik ben geen psychiater.

En trouwens, Joe Biden is dan waarschijnlijk ook een narcist (Shriver, 2024). Hij wilde per se nog eens tegen Trump uitkomen, vanuit persoonlijke ambities, om te domineren en te controleren …

Hoe kan je met iemand radicaal rechts praten?

Wat wel vast staat, is dat Trump een populist is, en radicaal rechts (Lacatus, 2021; Mudde, 2022). Hij zet zich af, als vertegenwoordiger van de gewone mensen, tegen een corrupte elite. Hij behoort wel ook zelf tot die elite, maar door zijn rode pet zet hij er zich ook tegenover af.

Hij is vóór de democratie, maar wijst principes zoals de gelijkheid van minderheden, de persvrijheid en de strikte scheiding van machten af.

Door zijn taal en argumenten te legitimeren, is er nu al een effect zichtbaar op het politieke systeem en het waardensysteem dat we hanteren (Stuckey, 2020). We boeren met z’n allen achteruit. Klaarblijkelijk verworven rechten en vrijheden zijn alweer verdwenen.

Alle mensen zijn niet meer gelijk. Daar komt het op neer. Moslims en non-binaire personen bijvoorbeeld horen er voor Trump niet bij.

Dat discours voedt hij, en omdat hij het als dé president doet, wordt het gelegitimeerd. Dus ik zou Trump wel stroop aan de baard smeren, maar wat hij zegt, inhoudelijk, niet overnemen.

Je moet zelf presidentieel blijven. Dus dat wil al zeggen: pet op! (doet dat)

Dus ja …

Anders moeten wij met z’n allen zijn termijn gewoon uitzitten.

En hopen dat er beterschap op komst is.

Laat hem maar zijn ballroom bouwen. Dan heeft hij ook minder gras af te rijden ….

Dank u. (slot: filmpje van Trump op zijn grasmaaier)

Literatuur

Altohami, W. (2024). Self-Framing and Other-(Re) framing in Institutional Political Discourse: The Case of Donald Trump’s Final Speech Before the UN. Theory and Practice in Language Studies, 14(1), 202-211.

Ashcroft, A. (2016). Donald Trump: Narcissist, psychopath or representative of the people? Psychotherapy and Politics International, 14(3), 217-222.

Behary, W. T. (2021). Disarming the narcissist: Surviving and thriving with the self-absorbed. new harbinger publications.

Behary, W. T., & Dieckmann, E. (2011). Schema therapy for narcissism: The art of empathic confrontation, limit‐setting, and leverage. The handbook of narcissism and narcissistic personality disorder: Theoretical approaches, empirical findings, and treatments, 445-456.

Carlson, E. N., & DesJardins, N. M. L. (2015). Do mean guys always finish first or just say that they do? Narcissists’ awareness of their social status and popularity over time. Personality and Social Psychology Bulletin, 41(7), 901-917.

Elovitz, P. H. (2016). A psychobiographical and psycho-political comparison of Clinton and Trump. The Journal of Psychohistory, 44(2), 90.

Gill, A., Raza, S., & Ishtiaq, M. (2025). Corpus-based genre analysis of Donald Trump and Joe Biden’s inaugural speeches. Journal of Applied Linguistics and TESOL (JALT), 8(1), 813-826.

Kadim, E. N. (2022). A critical discourse analysis of Trump’s election campaign speeches. Heliyon, 8(4).

Kreis, R. (2017). The “tweet politics” of President Trump. Journal of language and politics, 16(4), 607-618.

Lacatus, C. (2021). Populism and President Trump’s approach to foreign policy: An analysis of tweets and rally speeches. Politics, 41(1), 31-47.

Lachkar, J. J. (2008). How to Talk to a Narcissist. Routledge.

Mudde, C. (2022). The far-right threat in the United States: A European perspective. The ANNALS of the American Academy of Political and Social Science, 699(1), 101-115.

Omar, T. (2025). Ridicule Strategies in Donald Trump’s 2024 Election Campaign Speeches: A Shift in Political Speech—A Discourse Analytical Study. The International Journal of Communication and Linguistic Studies, 23(4), 1.

Shriver, L. (2024). Is Biden or Trump a bigger threat to democracy? Spectator, 354(10207), 21-22.

Stuckey, M. E. (2020). “The power of the presidency to hurt”: The indecorous rhetoric of Donald J. Trump and the rhetorical norms of democracy. Presidential Studies Quarterly, 50(2), 366-391.

Van der Dennen, J. M. (1987). Ethnocentrism and in-group/out-group differentiation: A review and interpretation of the literature. The sociobiology of ethnocentrism, 1-47.

Wang, Y., & Liu, H. (2018). Is Trump always rambling like a fourth-grade student? An analysis of stylistic features of Donald Trump’s political discourse during the 2016 election. Discourse & Society, 29(3), 299-323.

Tom Waes, de kat met negen levens

Sven Pichal, Bart De Pauw, Eddy Snelders, Tom Waes … in de mediawereld tuimelden de afgelopen jaren wel wat vedetten van hun voetstuk. Iedere zaak is heel anders, maar allen pleegden ze strafbare feiten. Niemand verwacht dat Sven Pichal of Eddy Snelders nog ooit voor televisie zullen kunnen werken. Bart De Pauw werkt aan een rentrée via de theaterpodia, maar het is Tom Waes die het meest op clementie kan rekenen. Ik zie tien redenen waarom zijn zaak fundamenteel een ander verloop kent dan al die andere.

Tom Waes wéét dat als je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor een crisis je je niet moet presenteren als een slachtoffer
  1. In de samenleving is er een grote tolerantie voor alcoholmisbruik. Tom Waes voerde in zijn verdediging op 25 mei 2025 in De Afspraak (VRT) en op 26 mei in Eva (NPO) aan dat hij zich niets meer van het voorval herinnert, dus dat de alcohol het van hem had overgenomen. Dit gebrek aan zelfcontrole wordt hem schijnbaar vergeven.
  2. Tom Waes heeft grootmoedig zijn straf aanvaard en zegt zelf geen enkel excuus te willen aanbrengen. Als presentator Bart Schols in De Afspraak een voorzet doet om uit te halen naar ‘de media’, die elk van bovenstaande zaken breed hebben uitgesmeerd, dan gaat hij daar niet op in. “Dat hoort erbij”.
  3. Tom Waes wentelt zich uitdrukkelijk niet in een slachtofferrol, maar trekt het boetekleed aan. Als je zélf duidelijk verantwoordelijkheid draagt in een crisis, is dat iets wat je inderdaad niet moet doen: in een slachtofferrol kruipen.
  4. Tom Waes biedt uitgebreid zijn excuses aan, toont duidelijk empathie voor de man die in de botsabsorbeerder zat waar hij op inreed, én voor alle ouders van verongelukte kinderen. Zijn gedachten zijn bij hen, en niet bij zijn eigen leed.
  5. Tom Waes neemt overduidelijk maatregelen om te vermijden dat een gelijkaardig incident zich in de toekomst nog eens zou voordoen. Hij zegt dat hij tot op het moment van de tv-interviews nog geen alcohol heeft aangeraakt. Bovendien gaat hij niet in beroep tegen het vonnis en zegt hij nooit nog een druppel alcohol te drinken als hij met de wagen moet rijden. Hij is voor zichzelf dus nog strenger dan de wet voorschrijft.
  6. Tom Waes doet wat de theorieën rond crisiscommunicatie suggereren om te doen (d.w.z. mortification + corrective action + compensation). Uit de tv-interviews blijkt opvallend dat zijn reactie spontaan is ontstaan, en er geen management of consultant aan te pas is gekomen. Met de tv-interviewers zijn er vooraf geen vragen uitgewisseld. Hij komt inderdaad erg authentiek over. Het is geen ingestudeerd nummertje van een acteur.
  7. Het incident past tot op zekere hoogte bij het imago van de onkreukbare Tom Waes: hij rijdt zijn oldtimer Porsche in de prak, draagt daarbij geen gordel, waardoor het een wonder is dat hij enkele maanden later weer rondloopt alsof er niets gebeurd is. Ook in zijn tv-programma’s toonde hij al aan dat hij een kat met negen levens is. Dit roept eerder bewondering op dan afkeuring. Elke mythe bevat ook betekenisvolle incidenten.
  8. Tom Waes had vóór het ongeval een bijzonder sterke reputatie opgebouwd en die fungeerde als een schild toen het noodlot toesloeg. Niet alleen zijn auto, maar ook die reputatie hebben flinke averij opgelopen. Door zijn snelle en slimme respons zal zijn reputatie zich weer herstellen. Merk ook het taalgebruik op: als het noodloot toeslaat, is dat iets dat je lijkt te overkomen.
  9. Hij komt zonder kleerscheuren uit het ongeluk, en zoals het er nu naar uitziet ook zonder kleerscheuren uit zijn samenwerking met de VRT en NPO. Bij de VRT heeft hij één van de riantste exclusiviteitscontracten uit de televisiegeschiedenis. Hopelijk staat er een bepaling in dat bij ondertekening er onberispelijk gedrag wordt verwacht. Mogelijk verdient dat artikel in zijn exclusiviteitscontract een update, of volgen er toch nog financiële repercussies.  
  10. Een crisis kan enkel zinvol zijn als er iets positiefs uit voortvloeit. Dat voelt Tom Waes uitstekend aan, door aan te geven dat hij zich zal inzetten voor sensibiliseringscampagnes en er mogelijk nog een programma rond verkeersveiligheid zal volgen. Op die manier weet hij de betekenis van de crisis 180 graden te draaien, tot iets helend, voor hem en de hele samenleving. Een crisis kan dus een veranderingsproces op gang brengen.

Ik schreef deze opinie als opvolging van het interview dat Max De Moor van De Standaard met me afnam naar aanleiding van de excuses van Tom Waes. Ze is verschenen in De Standaard van 30 mei 2025.

Armoede laat zich niet zomaar in een entertainment-format gieten

Het moet sneu zijn voor de makers dat de reality-reeks Astrid en Natalia: Back to reality al na één aflevering van de buis werd gehaald. Al kan ik me wel iets voorstellen bij die beslissing. Armoede is een complexe problematiek die zich niet zomaar in een entertainment-format laat gieten. In armoede leven is geen keuze en gaat gepaard met een groot publiek stigma. Programmamakers moeten zich daarvan bewust zijn. Een tv-programma waarin het doel is in beeld te brengen hoe een aantal bekende Vlamingen ervaren hoe het voelt om in een kleine zeilboot de oceaan over te varen of om, een ‘pulk’ achter je aan slepend, door Groenland te trekken, slaat aan bij kijkend Vlaanderen. Maar dat blijkt toch nog iets anders te zijn dan twee vedetten dertig dagen met een krap budget in een rijhuis in Turnhout te zetten. Ik had er een gesprek over met Adriaan Cartuyvels van Knack en met Max De Moor van De Standaard. Sofie Gebruers van Het kwartier maakte er een podcast van en Stien Schoofs van VRTNWS vatte de teneur samen. 

Hoewel het niet meevalt om op vragen van journalisten te antwoorden die direct betrekking hebben op de actualiteit, baseer ik mijn oordeel wel degelijk op wetenschappelijk onderzoek. Lang geleden was ik al betrokken bij een studie die ging over hoe in onder meer Jambers en Het leven zoals het is armoede in beeld werd gebracht. Later volgde een uitgebreide frame-analayse in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting. Vrij recent verscheen een open acces-artikel in International Journal of Strategic Communication de resultaten van experimenteel onderzoek waarin ik samen met dr. Bart Vyncke ben nagegaan hoe een sensibiliseringscampagne het stigma rond kinderarmoede kan verlagen.  

De Vier Experts van de Apocalyps

Dankzij de wetenschappelijke (inclusief medische) experts en ondanks het politieke gekibbel is de totale corona-Apocalyps in België afgewend kunnen worden. Hopelijk zijn de nodige lessen getrokken om de in het najaar te verwachten opflakkering van het meedogenloze virus het hoofd te kunnen bieden. Opvallend is dat voor sommigen het net de experts zijn die schuld treft voor elk overlijden als gevolg van COVID-19. Zijn zij de ruiters van de Apocalyps?

“Als het over zever gaat zijn we bij Marc Van Ranst aan het juiste adres”; “Erica Vlieghe zit er weer te gniffelen als een scoutleidster die een zomerkamp organiseert. Wie neemt dit #COVID19 circus nog ernstig?”; “DIKKE ZEVERAAR ONNOZELAAR KLEIN KIND” (gaat over Steven Van Gucht); “de dictatuur van de virologen” enzovoort. Op sociale media krijgen experts het er regelmatig van langs. De teneur van deze kritische boodschappen lijkt in de eerste plaats terug te brengen tot mensen die hun frustraties omtrent het virus en de aanpak ervan projecteren op hen die zich tot doel hebben gesteld het te bestrijden. Wel moet erbij gezegd worden dat Marc Van Ranst de kritiek aan zijn adres wellicht ook heeft te danken aan zijn straffe, ideologisch getinte tweets die hij al lang voor dit nieuwe coronavirus de kop op stak op de wereld losliet.

Terechte kritiek of niet, zonder wetenschappelijke kennis zouden we nog steeds machteloos aan het toekijken zijn hoe COVID-19 rond zich heen zou grijpen. Het delen van ervaringen tijdens de verzorging zou uiteindelijk ook wel inzichten opgeleverd hebben. Het is echter enkel door de wetenschappelijke methode dat er vrij snel cruciale zekerheden rond het virus zijn opgebouwd. De vraag is echter groter dan het aanbod – mede onder druk van de media – waardoor niet ieder onderzoek met de nodige systematiek, de juiste statistische analyses en peer-review wordt uitgevoerd.

Hoewel het imago van de wetenschap ook wel wat averij heeft opgelopen, valt de balans toch positief uit, naar mijn gevoel. De interesse voor wat de experts te zeggen hebben, was zelden zo groot. Dat helpt ook om niet al te hoge verwachtingen te koesteren. Ten eerste heeft wetenschappelijke kennis op zich ook beperkingen in haar praktische bruikbaarheid. Ze kan immers tegenstrijdigheden bevatten. Ten tweede staat de betekenis van feiten niet bij voorbaat vast.

Bepaalde waarheden over corona zijn onmogelijk om met zekerheid te achterhalen. Dat is ook een van de redenen waarom ieder land in de praktijk toch een andere koers blijkt of leek te varen. Zo wordt er heel veel belang gehecht aan het aantal overlijdens. Door het mogelijk asymptomatische verloop van de aandoening en de beperkte testcapaciteit is het aantal positief bevestigde gevallen geen ideale parameter. Maar ook het aantal overlijdens – op het eerste gezicht nochtans erg eenduidig – voldoet niet. Zelfs al is er een 100% accurate positieve coronatest afgenomen, dan nog is het niet mogelijk om te bepalen of iemand door corona of met corona overleden is, vertelde Jan De Lepeleire, hoogleraar Huisartsgeneeskunde, me.

Er zijn een hele hoop feiten die de voorbije maanden stilletjes aan bekend zijn geraakt. Zo blijkt COVID-19 het vooral gemunt te hebben op corpulente mannen van gevorderde leeftijd, met een onderliggende problematiek en, dat weten we sinds kort, bloedgroep A. Maar wat betekenen die feiten, en hoe vertaalt zich dat in een oplossing? De antwoorden op die vragen zitten niet in de feiten vervat. Daarvoor heb je een frame nodig. In tegenstelling tot de feiten is het niet mogelijk om frames te factchecken. Er zijn er altijd meerdere van in omloop en het is een cultuurspecifieke, normatieve dan wel ideologische keuze die bepaalt welk frame uiteindelijk de bovenhand krijgt. Erg pijnlijk is bijvoorbeeld de vaststelling dat een ‘kostenbatenanalyse’ tot een heuse veldslag in de woonzorgcentra heeft geleid. Een strategische voorraad mondmaskers bleek te duur en de inzet van meer middelen in de woonzorgcentra ook. ‘Kosten op het sterfhuis’. Dat het virus lijkt te discrimineren is een bijzonder gegeven. Als het virus op een andere manier discrimineerde, en bijvoorbeeld vooral kinderen en jongeren zou treffen, had de aanpak ervan ongetwijfeld nog drastischer geweest.  

Het sterker aanzetten van worstcasescenario’s

De analyses en commentaren van de voorbije weken hebben aangetoond dat binnen de Nationale Veiligheidsraad en in de verschillende regeringen het advies van de experts regelmatig niet is gevolgd, zowel in de aanloop naar en tijdens de coronacrisis als bij het bepalen van de exitstrategie. In het licht van de vraag of een technocratie superieur is ten opzichte van een democratie had het nochtans een interessant experiment geweest als de experts, eens tot een compromis gekomen, het verloop van de aanpak hadden kunnen bepalen. Beslissingen zouden dan ingegeven zijn vanuit de wetenschappelijke waarheid en niet vanuit electoraal gespin. In de perceptie van het brede publiek biedt het prototype van de wetenschapper immers als groot voordeel dat deze vanuit het algemene en niet vanuit het eigen belang handelt.

Het is niet moeilijk om nu al op plaatsen te komen waar het leven weer zijn normale gangetje gaat en het moeite kost om enig spoor van de coronacrisis aan te treffen: geen mondmasker, handgel of sociale afstand te bespeuren. Toch is mijn inschatting dat deze ervaring zich zal nestelen in ons collectieve geheugen. Er waren er nog die het de eerste maanden aandurfden om de kracht van het virus weg te relativeren. Beelden uit onder meer Noord-Italië overtuigden ons van het tegendeel. Ook de experts zelf opteerden in de eerste fase voor een geruststellende en relativerende toon. “We zijn er klaar voor,” werd begin maart beweerd. Mooi niet dus. Wat levens had kunnen redden, was vanaf het begin de worstcasescenario’s toch nog wat sterker aanzetten. Vooruitgangsoptimisten konden vóór corona nog elk doemscenario wegzetten als naïef en ingegeven vanuit irrationele gedachten. Het geloof in de wetenschap zou voor hen absoluut moeten zijn en dan zou de mensheid elk probleem aankunnen. Door corona weten we dat we het onwaarschijnlijke toch voor mogelijk moeten houden en dat ook de wetenschap het antwoord op heel veel vragen vaak schuldig moet blijven.

Frames om betekenis aan corona te verlenen

Een ‘virus’ vormt op zich al een frame dat handig is om aan te geven dat ‘iets’ is als een onzichtbare vijand die onder ons is en bijna niet te bestrijden valt. Een virus is bovendien besmettelijk en steekt op heimelijke wijze mensen aan, vaak onschuldigen. Een maatschappelijk thema waarbij dit virus-frame uitgebreid gebruikt is, is radicalisering. Maar nu is het dus een frame dat een realiteit is gebleken. Het onzichtbare karakter van het virus is een belangrijk gegeven, omdat het mensen de gelegenheid biedt om het bestaan ervan te ontkennen. Is het er wel? Boeiend in dat verband zijn ook de nieuwsmedia die vanaf het begin het virus vooral proberen te visualiseren door personen met een mondmasker te tonen. Dat is de enige of zeker de meest gebruikte fotografische index om het bestaan van de coronacrisis te tonen. Die behoefte om corona te kunnen visualiseren, uit zich ook in de weergave van het uitvergrote virus, waarvan blijkt dat het vrij arbitrair is, wat al helemaal geldt voor de gekozen kleuren (een virus heeft namelijk geen kleur, las ik ergens). In ieder geval zie ik dit ook als een van de verklaringen waarom velen opzien tegen het dragen van een mondmasker: een mondmasker lijkt een uiting te zijn van smetvrees. Een masker dragen is voor angsthazen.

Net zoals bij eender welk ander maatschappelijk issue is er de dwingende vraag naar het vinden van een causale oorzaak. Waar komt dit virus vandaan? De mens wil alles verklaard zien en er móet ook een reden te vinden zijn. Zo ontstaan er complottheorieën. De angst voor het Grote Gele Gevaar leidt dan als vanzelf tot de idee dat SARS-CoV-2 afkomstig is uit een Chinees laboratorium waar het doelbewust gemaakt is (het lijkt wel een scenario van een stripalbum van Blake & Mortimer). Verder zijn er de frames dat het virus een straf van God is, de aankondiging van de totale apocalyps en de vernietiging van Sodom en Gomorra. Eveneens plausibel klinkt de uitleg dat de uitbraak een uiting is van de natuur die orde op zaken wilt stellen. Waarschijnlijk is de uitbraak van het virus echter een toevalligheid, zoals alle eerdere en toekomstige uitbraken dat ook waren of zullen zijn. Maar het is wel zo dat de hele crisis een aantal kenmerken van de huidige samenleving op scherp stelt: er zijn héél véél mensen die dicht op elkaar wonen of alleszins graag of noodgedwongen in elkaars nabijheid vertoeven, én er is een grote afhankelijkheid van en belang dat gehecht wordt aan economische groei, persoonlijk gewin en genot. Het onooglijk kleine virus is in staat tot iets wat niemand voor mogelijk achtte, namelijk de wereld tot stilstand brengen. Er lijkt dus toch een bovennatuurlijke kracht in schuil te gaan. Of nee, het is toch de mens die tot deze beslissing is overgegaan?

Op de agenda: op 1 juli sprak ik tijdens de plenaire sessie ‘The role of scientists in the debate’ als onderdeel van de interuniversitaire summer school science communication ‘Let’s talk science’.

Aandacht voor de frames achter de feiten

Verbindende_frames

Op zoek naar de frames die ons verbinden

Eind september las ik iets over Wout van Aert en, zo schreef de journalist, iedereen weet wat daarmee aan de hand is “tenzij je de voorbije weken op Mars verbleef”. Omdat ik inderdaad niet wist wat er met de renner aan de hand was, vroeg ik me af wat ik uit die vaststelling moest afleiden. In ieder geval vind ik het een goed idee om regelmatig vanop afstand en totaal onbevooroordeeld naar wat er in de wereld gebeurt te kijken. Het is een van de trucjes die ik bewust toepas in mijn onderzoek naar de manier waarop in de samenleving betekenis tot stand komt. Naast mijn Martiaanse afkomst ben ik ook een volbloed constructionist. Het constructionisme bestudeert de interactie en de communicatie tussen mensen waardoor de sociale werkelijkheid vorm krijgt. Op die manier ontstaan er verschillende werkelijkheden die onze gedachten en gedragingen sturen. Dit is in tegenspraak met mensen die vinden dat er maar één werkelijkheid bestaat. Zij vinden dat het onder meer de taak van journalisten is om over die ene werkelijkheid op een objectieve manier verslag uit te brengen, op basis van geverifieerde feiten. Doen ze dat niet dan brengen ze fake news, zijn ze aan het framen of zijn ze linkse dan wel rechtse propagandisten.

Als constructionist en Martiaan, maar vooral op basis van mijn onderzoek naar de framing van tientallen maatschappelijke onderwerpen, vind ik: zou het niet goed zijn als we met z’n allen het concept framing omarmen in plaats van het te reserveren om tegenstanders weg te zetten als leugenaars?

Frames factchecken is lastig

Er zijn feiten en er zijn frames. Over feiten is het mogelijk te bepalen of ze kloppen of niet. Frames factchecken is veel lastiger, omdat ze tegelijk waar en niet waar zijn. Frames zijn nochtans belangrijk, omdat frames aan de feiten betekenis verlenen. Beter, maar daarom niet gemakkelijker, is het om de verschillende denkbare frames in kaart te brengen. Een frame is per definitie een keuze en dus zijn er altijd alternatieven. Naargelang het gekozen frame ziet de werkelijkheid er heel anders uit.

Wat inderdaad helpt, is het standpunt van een Marsbewoner in te nemen. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken. Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij iemand om religieuze redenen weigert om iemand anders de hand te schudden. De Marsbewoner zal vaststellen dat mensen verschillende manieren hebben om elkaar te begroeten, onder meer de hand reiken en schudden, zoenen, omhelzen of met een hoofdknik. Het verschil tussen de omgangsvormen is de mate van aanraking. Dat zijn de empirisch waarneembare feiten. In beide gevallen gaat de betekenis die men eraan hecht veel verder dan de reële aanraking die de Martiaan empirisch kan vaststellen. Daardoor is het niet meer mogelijk te bepalen wie objectief gezien gelijk heeft. Vanuit een Westers perspectief bekeken, is elkaar de hand geven een teken van wederzijds respect. Vanuit het perspectief bekeken van bepaalde stromingen in de islam en het jodendom is het aanraken van de hand van iemand van het andere geslacht een teken van respectloosheid ten aanzien van de eigen partner. Het gaat in beide gevallen dus over respect. De gevolgde redenering verloopt echter anders.

De samenleving in een kramp

Associaties en gevolgtrekkingen die uit de betekenisgeving voortvloeien, vormen een bron van interculturele conflicten waarbij er zware verwijten en dito eisen klinken: Zwarte Piet is een racistisch personage en moet van het toneel verdwijnen, hoofddoeken moeten verboden worden, want het symboliseert de islamitische onderdrukking van de vrouw, ‘blanken’ moeten zich voortaan ‘witten’ noemen, want een ‘blanke’ stelt zich superieur op enzovoort.

De constructionist in mij ziet daarbij drie mogelijke manieren om met dergelijke lastige discussies om te gaan. Een eerste, vaak voorkomende reactie is de volgende: de tegenpartij stelt de situatie (bewust) verkeerd voor en is daarom aan het framen: ‘Ik frame niet, want ik heb gelijk.’ De tweede mogelijkheid is delicater. Niet de persoon die iets zegt of doet bepaalt wat de betekenis daarvan is, maar de andere partij, of zelfs een buitenstaander. Iemand zegt iets, en hoe goed bedoeld ook, of al was het een grap, als de andere partij het als bijvoorbeeld racistisch bestempelt dan ís het racistisch (of seksistisch, discriminerend …). Beide mogelijke reacties hebben bijkomende consequenties. Ze dragen namelijk bij aan de polarisering in de samenleving. Er is een bitsig debat, waarbij niemand wil toegeven, want vanuit hun perspectief bekeken hebben ze gelijk. Bijkomend is er een grote groep die zich er niet meer durft of wil over uitspreken. Gevolg: de samenleving schiet in een kramp, en alleen de uitersten van het spectrum spreken zich nog uit, roepen naar elkaar over de hoofden van de zwijgende meerderheid heen. Verder zijn er instanties die het zekere voor het onzekere nemen, en bijvoorbeeld de lokale kerstmarkt voortaan wintermarkt gaan noemen, wat de tegenstellingen nog meer op scherp zet. Het is de derde mogelijkheid die het constructionisme aanreikt die een oplossing biedt.

De beladenheid er weer vanaf halen

Het zou al helpen als iedereen zich bewust wordt van de eigen frames en daarvan het relatieve inziet. Een volgende stap bestaat in het inzicht krijgen in de frames van anderen. Waarom vindt iemand een uitspraak of een handeling respectloos, opdringerig, racistisch of seksistisch? Wat zit daarachter? Om die vragen te beantwoorden, is het nodig om te onderkennen dat niemand aan framing kan ontsnappen. Dus ook ik niet. Mijn eigenste framing is bijvoorbeeld dat we elkaar toch wat meer tijd moeten gunnen. Ik sprak een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega die me zei dat zijn familie al sinds de achttiende eeuw in Zuid-Afrika woont en dat hij nog steeds regelmatig de idee krijgt aangepraat dat hij niet thuis hoort op het Afrikaanse continent. Anderzijds ben ik ook iemand die vindt dat de wereld niemand toebehoort en iedereen zou moeten kunnen gaan en staan waar hij of zij wil. Maar dat vinden sommigen waarschijnlijk een te naïeve framing. Dat is immers al evenzeer het argument dat Westerse mogendheden gebruikten om hun kolonialistische groeidrift te rechtvaardigen (zie ook de reacties op deze blogpost). Mensen migreerden al lang voordat ze het idee kregen de wereld op te delen in landen en sommigen zich het recht toe-eigenden te dicteren waar de bewoners binnen de getrokken grenzen zich aan dienden te houden. Kortom, het zijn allemaal geconstrueerde feiten die enkel een realiteit vormen bij gratie van de gemaakte afspraken.

Wat ik wel al helder voor me zie, is dat we toch maar elkaar de hand moeten blijven reiken, en samen moeten zoeken naar de frames die ons verbinden. Veel woorden en dingen in het leven zijn momenteel zo zwaar beladen met betekenis en associaties dat het goed zou zijn als we samen zouden afspreken dat we proberen om die beladenheid er weer vanaf te halen, zoals een Marsbewoner dat zou doen (de hoofddoek is ook gewoon een kledingstuk, Zwarte Piet maakt ook gewoon deel uit van een kinderfeest). Om daarna samen op zoek te gaan naar alternatieven waarin, liefst, iedereen zich kan vinden.

Wil je hier meer over weten? Bekijk mijn TEDx talk op YouTube.

Studiedag “Het nieuws anders bekeken”

Affiche_Verdraaid_JPEG

“Subjectiviteit, sensatie en roddel lijken termen die specifiek voorbehouden zijn om de nieuwsmedia van vandaag te typeren. Het is zelfs overbodig toe te lichten wat men met die aanduidingen precies bedoelt. (…) Nieuwsmedia slagen er nauwelijks in om die slechte naam van zich af te schudden.”

Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen. Om uw blik op de journalistieke wereld te verruimen organiseren het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven en de opleiding Master in de Journalistiek, campus Sint-Andries Antwerpen, op 20 april 2018 een studiedag naar aanleiding van het zopas verschenen boek “Verdraaid! Het nieuws anders bekeken”. Deze studiedag wil de dialoog tussen de ‘theorie’ en de ‘praktijk’ rond nieuws en journalistiek verder stimuleren door in een academische setting een aantal journalisten aan het woord te laten, om vervolgens met hen in gesprek te gaan. Naast ikzelf komen een aantal journalisten aan het woord. Zo is er Nathalie Carpentier die onlangs grote indruk maakte met een nieuw genre, namelijk journalistieke beeldverhalen. Voor De Correspondent en De Standaard Weekblad maakt ze grafische reportages over onder meer dementie en psychische aandoeningen. Zij komt vertellen hoe deze vorm van journalistiek het mogelijk maakt om over bijzonder gevoelige thema’s verslag uit te brengen. Verder komt Annelies Van Herck, nieuwanker bij Het journaal van de VRT aan het woord. Zij licht toe hoe een presentatietekst voor een tv-journaal tot stand komt, hoe ieder woord perfect gekozen moet zijn. Van een nieuwslezer verwacht de kijker immers dat die een neutraal woordgebruik hanteert, dat echter tegelijk ook aansprekend en begrijpelijk moet zijn. De buitenlandse gast op het programma is AP-fotograaf Burhan Özbilici. Hij won in 2017 de prestigieuze World Press Photo-competitie met een beklijvende foto van de moord op de Russische ambassadeur Andrej Karlov in Ankara. Hij zal vertellen hoe hij die bewuste dag ‘gewoon’ zijn werk deed, en helemaal niet de held aan het uithangen was toen hij met gevaar voor eigen leven de moordenaar en zijn slachtoffer vastlegde. Het publiek krijgt de gelegenheid om de sprekers vragen te stellen, om een ander en genuanceerder beeld te krijgen van de hedendaagse journalistiek en van de uitdagingen waarmee journalisten te maken krijgen.

Het volledige programma:

13u ontvangst met koffie
13.30u verwelkoming door prof. Michaël Opgenhaffen
13.35u inleiding “Het nieuws anders bekeken” door prof. Baldwin Van Gorp
13.55u Nathalie Carpentier (DS Weekblad, De Correspondent) over de mogelijkheden van het beeldverhaal als journalistiek genre (gevolgd door Q&A)
14.35u koffiepauze
14.55u Annelies Van Herck (nieuwsanker Het Journaal) over de kunst van het maken van presentatieteksten voor een tv-journaal (gevolgd door een opdracht voor het publiek: schrijf zelf een presentatietekst voor het journaal)
15.35u Burhan Özbilici (AP fotograaf) met het bijzondere verhaal achter zijn winnende fotoreeks World Press Photo 2017 (gevolgd door Q&A)
16.15u slotbedenkingen door prof. Baldwin Van Gorp
16.30u afsluitende receptie met een hapje en een drankje
Inschrijven (15 euro zonder boek / 39,99 euro met boek) kan via deze link.

Verdraaid! Het boek is er…

Ik had er al heel lang naar uitgekeken, en toch nog was het een verrassing toen een koerier aanbelde met een aantal grote dozen. Mijn boek is er! 359 bladzijden telt het uiteindelijk. En ik had nog niet het gevoel uitverteld te zijn. Maar voorlopig moet dit volstaan. Het boek is via alle gekende kanalen (bol.com, Standaard Boekhandel …) leverbaar en bestelbaar.

Gaandeweg verneemt de lezer het antwoord op prangende vragen zoals:
  • Waarom valt er voor een journalist van Kuifje maar weinig te leren?
  • Waarom hebben de tabloids een frisse wind doen waaien door het Britse medialandschap?
  • Wat is voor een journalist in oorlogsgebied het ergste: de gruwel zien of de gruwel voelen?
  • Waarom had de auteur het beter op een lopen gezet tijdens een interview met Radio 1-presentatrice Annemie Peeters?
  • Waarom was Deep Throat, de anonieme bron van Bob Woodward tijdens de Watergate-affaire, achteraf zo boos op de beroemde journalist?
  • Waarom moeten journalisten bewuster worden van hun eigen frames?
  • Was de Duitse undercoverjournalist Günter Wallraff de enige die zich voor Ali heeft uitgegeven of waren er meerdere Ali’s?
  • Waarom bleef Burhan Ozbilici, de winnaar van de World Press Photo 2017, maar verder fotograferen terwijl er voor zijn neus een moord was gepleegd?
  • Waarom gelooft iemand als Arnon Grunberg niet in objectieve journalistiek?
  • Waarom valt er toch ook iets goeds te zeggen over paparazzi en de roddelbladen?​

 

verdraaid_hetnieuwsandersbekeken

Verdraaid! Het nieuws anders bekeken is vanaf begin maart 2018 overal te koop

Op het programma de komende tijd:

  • 8 maart 2018: Het boek in primeur: “Wat is … framing?”, avondlezing in Kortrijk georganiseerd door het Postuniversitair Centrum (zie hier voor meer info)
  • 13 maart 2018: Workshop “Framing, de 12 brillen van armoede” in ’s Hertogenbosch (NL) in het kader van het ASH congres Expeditie 073
  • 14 maart 2018: Studiedag “Armoede in de klas”, georganiseerd door de ABN-AMRO stichting in Amsterdam (NL)
  • 26 maart 2018: gastles “Framing” aan de UGent in de cursus ‘Maatschappelijke structuren’, opleiding psychologie.

 

 

Gezocht: een succesverhaal over het onderzoek naar Alzheimer

Op 10 januari 2018 trok Pfizer, zowat de grootste medicijnenproducent ter wereld, de stekker uit het onderzoek dat als doel had een geneesmiddel voor de ziekte van Alzheimer te vinden. Nochtans zou het vinden van een pil die de symptomen van deze aandoening tenminste kan afremmen de jackpot voor het bedrijf betekenen. Alleen al in België hebben meer dan 200.000 mensen dementie, aldus een becijfering van het Expertise Centrum Dementie Vlaanderen. Een voor de hand liggende reden waarom de farmareus toch de drastische beslissing nam, is dat het onderzoek niet de verwachte resultaten heeft opgeleverd. Misschien is het wel zo dat een dergelijk medicijn een soort Heilige Graal is, dus dat het vinden van zo’n medicijn in een en dezelfde beweging gebruikt kan worden om de natuurlijke veroudering van de mens tegen de gaan. Is de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar dementie in staat om het geheim van de eeuwige jeugd te ontrafelen? Klinkt alleszins spannend. Maar niet bepaald realistisch. Het geloof in het kunnen van de wetenschap wordt wel als frame gebruikt om het over Alzheimer te hebben, als een laatste strohalm. Maar ook zo’n strohalm kan uiteindelijk knappen.

Kankeronderzoek kan succesverhalen voorleggen, en die houden de hoop levende dat de miljarden die dit type onderzoek al heeft opgesoupeerd uiteindelijk echt zal renderen. Het onderzoek naar Alzheimer moet het in belangrijke mate stellen met de charismatische verschijning en welbespraaktheid van onderzoekers zoals Bart De Strooper en Christine Van Broeckhoven. Zij pleiten terecht voor méér middelen voor het onderzoek naar Alzheimer en andere oorzaken van dementie. Hoewel ook de vraag kan worden gesteld of er ook niet meer middelen moeten gaan naar de zorg voor ouderen met dementie. Care of cure dus, of beter: care én cure. Net zoals bij framing van andere maatschappelijke kwesties zijn er dus ook hier grote belangen in het spel.

Vorig jaar rond deze tijd heb ik met mijn gezin in Zuid-Afrika verbleven, met een dochtertje van één en een zoontje van vier. We hebben er een fantastische tijd gehad, wetende dat de kinderen zich er later niets, of de oudste misschien een flard, van zouden herinneren. Toch doe je dat als ouder, als een stuk levenservaring die je ze kan meegeven. Stel echter dat je met een persoon met dementie een dergelijke reis zou maken – die herinnert er zich naderhand mogelijk ook niets meer van – zouden we dan ook spreken in termen van een levenservaring? Tijd investeren in kleine kinderen rendeert, tijd spenderen aan ouderen is een ‘waste of time’, en ook van ‘money’. In deze framing zit mogelijk eveneens een verklaring waarom Pfizer het niet ziet zitten nog langer geld te ‘investeren’ in wat bekend staat als een ouderdomsziekte. Het zijn “kosten op het sterfhuis”, zoals men in Vlaanderen zegt. Kortom, de framing van ouderen doorkruist de framing van dementie.

jong_en_oud_3

Intussen is bekend geworden dat Vlaanderen verder gaat met de fameuze Vergeet dementie, onthou mens-campagne, gebaseerd op het onderzoek van Tom Vercruysse en mezelf. 

Op 20 februari 2018 vindt aan de KU Leuven een lezing plaats van de gerenommeerde onderzoekers Perla Werner (University of Haifa), Peter Simonsen (University of Southern Denmark) en Patrick Cloos (Université de Montréal) met als thema The Cultural Perception of Dementia. Hoe mensen naar Alzheimer en andere oorzaken van dementie kijken, de rol van stigma en van zelfstigma komen daarbij uitgebreid aan bod. Iedereen is welkom maar inschrijven is nodig.

Daarna volgen er nog andere evemenenten en lezingen over de maatschappelijke aspecten van dementie. Alle praktische informatie is te vinden op de website van Metaforum KU Leuven.

 

Verdraaid! Een nieuw boek op komst

Op 15 maart 2018 verschijnt Verdraaid! Het nieuws anders bekeken bij uitgever Pelckmans Pro. Daarin neem ik het op voor de zwaar bekritiseerde nieuwsmedia. Ik laat daarbij ook journalisten zelf aan het woord: Rudi Vranckx, Martine Tanghe, Robin Ramaekers, Frank Westerman, Nick Davies, Burhan Ozbilici (winnaar Word Press Photo 2017), Günter Wallraff, Bob Woodward, Carl Bernstein, Arnon Grunberg en vele anderen. Lees binnenkort dit rijk gestoffeerde en genuanceerd uitgewerkte verhaal waarin gaandeweg een aantal lastige discussies over objectiviteit, sensationalisme, kwaliteit, framing, nepnieuws, embedded journalistiek, de scheidingslijn tussen feiten en fictie enz. aan de orde komen.

In afwachting is mijn kinderboek Kaluna nog steeds verkrijgbaar. Wil je een gesigneerd exemplaar in huis? Dat gaat het makkelijkste door 15,50€ (incl. verpakking- en verzendkosten, voor Nederland en België) over te schrijven op rekeningnummer BE78124140240086 van uitgever Het Plan, Eekstraat 45, 9240 Zele, België (BIC BKCPBEB1BKB), met de mededeling “boek Kaluna” en de naam aan wie het exemplaar opgedragen mag worden.

Verdraaid

Wie de pyjama past trekke hem aan

In onderstaande figuur zijn enkele stereotiepe kenmerken van psychiatrische patiënten te zien. Deze hebben een pyjama aan (zie bijv. One flew over the cuckoo’s nest uit 1975 van Milos Forman), ze kijken scheel en wezenloos voor zich uit en houden de tong uit de mond. In stripverhalen geeft de krul boven het hoofd aan dat ze ‘doorgedraaid’ zijn (zie bijv. “Te gek om los te lopen” uit de reeks De Blauwbloezen van Lambil en Cauvin, 1991).

psychische_aandoeningen_fictie

De trechter op het hoofd moet het meest stereotiepe hoofddeksel van de dwaas zijn (bijv. Lucky Eddie uit Hägar the Horrible van Dik Browne en “De lijfwachten zijn knetter” uit 1975 in de reeks Sammy van Berck en Cauvin). De trechter wordt doorgaans als een symbool voor kennis gezien. Voor een dwaas is het ding mogelijk niet van nut, en fungeert het dan maar als hoofddeksel. De herkomst van de trechter als hoofddeksel van de gek is moeilijk te achterhalen. Maar deze gaat minstens terug tot de vijftiende eeuw. Jheronimus Bosch schilderde destijds immers een chirurgijn die een kei uit het hoofd van een dwaas haalde. In dit laatste voorbeeld is het echter de chirurgijn (of kwakzalver?) die de trechter op het hoofd heeft staan.

Verder zijn psychiatrische patiënten vrij passief, al kunnen ze af en toe een dansje opvoeren (zie bijv. “De blauwe lotus” uit de reeks Tintin van Hergé, 1936). In het geval dat ze potentieel gevaarlijk zijn, krijgen ze een dwangbuis aangetrokken, in extreme gevallen in combinatie met een mondmasker (zie bijv. The silence of the lambs uit 1991 van Jonathan Demme). Deze kenmerken zijn bovendien onbeperkt combineerbaar.

De figuur presenteert slechts enkele voorbeelden hoe erin de cultuur over personen met psychische aandoeningen gedacht wordt. Het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven deed in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, het Koning Fabiolafonds en het Fonds Julie Renson uitgebreid onderzoek naar de beeldvorming aangaande psychische aandoeningen. Het eindrapport is inmiddels (gratis) beschikbaar en bevat naast een overzicht van de bestaande frames ook een aantal alternatieve counterframes. Verder wordt er verslag uitgebracht van het gebruik van deze frames en counterframes in de Belgische pers, van een grootschalig experiment en van een interviewstudie bij professionals uit de sector voor geestelijke gezondheid. Food for thought.